Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bisraarck in 1881 voor, overzeesche scheepvaartlijnen te subsidieeren; het voorstel stuitte op grooten tegenstand, maar ten slotte, in 1885, verkreeg hij toch een jaarlijksch crediet van ongeveer vier en een half millioen mark ter ondersteuning van stoomvaartverbindingen met Oost-

Azië en Australië en wet Amerika.

Deze maatregel hield nauw verband met den aanvang der koloniale politiek van het Duitsche Rijk, die, in den beginne althans, ook weer bescherming van den handel beoogde en door de regeering, d. w. z. door Bismarck, slechts aarzelend werd ondernomen. Het was vooral het particuliere initiatief van Hamburgsche en Bremer kooplieden, waaraan het ontstaan van de Duitsche kolonies te danken is: de vlag volgde den koopman om te beschermen wat hij ondernomen had. En ook hiertegen openbaarde zich in den rijksdag nog een zeer fel verzet van velen, die of in koloniaal bezit geen voordeel zagen of terugdeinsden voor de onberekenbare moeilijkheden, die uit een koloniale politiek konden voortkomen. Anderzijds echter was in het Rijk toch ook een krachtige beweging gaande om te ondersteunen wat de ondernemingsgeest van enkelen begonnen was en om deel te nemen in de wilde jacht naar overzeesch bezit, hetzij dat men daarbij dacht aan het winnen van gebied waar de emigrerende bevolking van Duitschland zich zou kunnen vestigen, hetzij dat de belangen van den handel vooral in het oog werden gevat; in 1882 kwam de groote Deutsche Kolonialgesellschaft tot stand, die een sterken aandrang oefende om het werk der particuliere ondernemingen te bevorderen. Hamburgsche handelshuizen hadden reeds tusschen 1844 en 1868 factorijen gevestigd of handelsbetrekkingen aangeknoopt op verschillende punten der West- en OostAfrikaansche kusten of ook op eilanden in den Grooten Oceaan, doch een Duitsche kolonisatie bestond niet. Ook nadat het Duitsche Rijk tot stand gekomen was, werd niets in die richting ondernomen, de aangeboden gelegenheid om Zanzibar onder Duitsch protectoraat te brengen wees Bismarck af; elders, op de Samoa-eilanden, trad hij in 1878 wel krachtig op tot verdediging der bedreigde handelsbelangen, maar verder ging hij niet, en ook toen hij in 1880 vergeefs aan den Rijksdag voorstelde om een rente-garantie te verstrekken aan eene maatschappij, die de bezittingen op Samoa zou overnemen van eene in moeilijkheden geraakte firma te Hamburg, was de gedachte aan het verwerven van koloniaal bezit hier vreemd aan. Toch leidden de omstandigheden hem nu spoedig op den weg, dien hij eigenlijk niet op wilde, en tusschen

Begin eener koloniale politiek.

Sluiten