Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1884 en 1888 werd het Duitsche Rijk een koloniale mogendheid onder omstandigheden, die in een volgend hoofdstuk nader zullen worden uiteengezet. Dit ging onvermijdelijk gepaard aan wrijving met Engeland, maar tot ernstige botsingen leidde het niet. Al liet Bismarck zich door Engelsche gemelijkheid niet van den ingeslagen weg dringen, hij toonde toch steeds op vriendschappelijke betrekkingen grooten prijs te stellen en zond zijn zoon Herbert naar Londen om door mondelinge besprekingen minlijke schikkingen te bevorderen. Want altijd bleef voor hem de Europeesche politiek de hoofdzaak, en de goede verhoudingen met Engeland kregen voor hem nog weer dubbele waarde, toen in het Oosten de gebeurtenissen in het Balkanschiereiland nieuwe zorgen schiepen, en in het Westen de val van Ferry in Frankrijk de bovenhand scheen te geven aan revanche-gedachten.

De uitvoering der bepalingen van het verdrag van Berlijn had terstond tot nieuwe moeilijkheden in het Balkanschiereiland aanleiding gegeven: Turkije toonde niet de minste neiging om na te komen wat de mogendheden ten voordeele van Montenegro bedongen hadden, noch om den wensch te vervullen dien zij ten behoeve van Griekenland hadden uitgesproken. Vruchteloos trachtten zij eerst door bemiddeling, dan door arbitrale beslissingen op eene conferentie te Berlijn in 1880 die aangelegenheden tot eene minnelijke oplossing te brengen; de Porte bekommerde zich er weinig om, zelfs niet om een maritieme demonstratie voor Dulcigno, en eerst in een oogenblik van angst, toen zij, ten onrechte, vreesde voor eene bezetting der haven van Smyrna, gaf zij althans aan Montenegro de geëischte voldoening: het district van Dulcigno, als vergoeding voor de streken, die het Congres van Berlijn aan de Montenegrijnen had toegekend maar de Turksche regeering geweigerd had uit te leveren (October-November 1880). Doch ten aanzien van Griekenland volhardde men te Constantinopel in de weigering om aan de uitspraak der groote mogendheden gehoor te geven, en die houding had succes; nieuwe beraadslagingen der gezanten in de Turksche hoofdstad met de Porte leidden tot de vaststelling van een grenslijn, die den Grieken bij lange na niet gaf wat hun vroeger in het vooruitzicht was gesteld, maar waarin zij, hoe noode ook, voor het oogenblik berustten, omdat alle mogendheden hun liaar steun onttrokken (Juli 1881). Dat het geslagen, verzwakte Turkije in deze jaren aldus durfde optreden en nu en dan zelfs den draak scheen te steken

De Balkankwestie ; gebrekkige uitvoering

van het verdrag van Berlijn. Montenegro, Griekenland, Armenië.

Sluiten