Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer gewicht nog, ook voor de toekomst, was echter de aanval die op een ander gebied, op dat van het onderwijs, werd ondernomen, en bierbij,

evenals bij de uitbreiding van Frankrijks gezag in overzeesche landen, ^erry^anuwas het Ferry die de leiding gaf. In zijne verschillende geledingen onderwy Eidroeg het onderwijs in Frankrijk nog een confessionneelen stempel, politiek, was aan den katholieken godsdienst een sterke invloed gebleven. De republikeinen, die ten slotte in 1879 de zege hadden bevochten, wilden dien niet langer dulden; zij waren heftig anti-clericaal, deels uit wrok over den steun, dien de geestelijkheid aan hun royalistische tegenpartij had verleend, anderdeels ook omdat zij, de zorg voor het onderwijs als een plicht van den staat beschouwende, tevens uitnemend beseften van hoeveel belang het voor de toekomst was, op welke wijze de zielen der Fransche kinderen zouden worden gekneed in de school. Zij eischten het onderwijs op voor den staat en voor den staat alleen, en in Ferry, den vrijdenker en positivist, kregen zij een minister van onderwijs, die met forschheid en onbuigzame energie deze opvattingen in toepassing wilde brengen. In een reeks van wetsontwerpen, die hij in 1879 indiende, tastte hij het hooger, het middelbaar, het lager onderwijs aan, waarbij van den aanvaug af het doel was, inrichtingen,

die onder leiding van geestelijken stonden, aan den staat te onderwerpen of ook hun voortbestaan onmogelijk te maken; het laatste beoogde het voorgestelde artikel, dat aan niet-geautoriseerde geestelijke orden verbood ouderwijs te geven. Dit sneed diep in bestaande verhoudingen in en was in het bizonder gemunt op de Jezuïeten. Geautoriseerd waren zij niet, zoo min als zeer talrijke andere congregaties,

die ook sinds lange jaren waren geduld, doch de Jezuïeten hadden,

dank zij hunne talrijke, goed bestuurde colleges, een aanzienlijk deel van het middelbaar onderwijs (hierin begrepen wat wij gymnasiaal ouderwijs zouden noemen) in handen, en dit moest hun ontnomen worden. liet baatte niet, dat de senaat het artikel verwierp, want thans nam de regeering hare toevlucht tot bepalingen van 8 April LS02.

en 22 Juni 1804 om hierop de befaamde decreten te gronden, waarbij den Jezuïeten bevolen werd binnen drie maanden uiteen te gaan en hunne inrichtingen te ontruimen, en waarbij gelast werd, dat iedere niet-geautoriseerde orde binnen drie maanden de vereischte stappen moest doen om autorisatie te verkrijgen (1880). En deze decreten bleven geen doode letter. Over het algemeen werd weinig verzet geboden, maar waar het zich openbaarde, werd de sterke arm gebruikt

Sluiten