Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de deels fiscale, deels beschermende doeleinden, die zij beoogden. Duidelijk kwam het aan den dag, welk een overwicht aan Hongarije geschonken werd door het vastberaden optreden eener regeering, die door een flinke parlementaire meerderheid geruggesteund werd, tegenover de verdeeldheid in den Oostenrijkschen rijksraad en een ministerie, dat geen vasten grond onder de voeten had.

En dezelfde oorzaken — de verdeelheid in de Cis-Leithaansche rijkshelft en de zwakte van den rijksraad — gaven in de behandeling der gemeenschappelijke aangelegenheden van Oostenrijk-Hongarije in de Delegaties ook een voorsprong aan de Hongaren. De Hongaarsche Delegatie, gekozen door het Hongaarsche parlement en dus door de partij der meerderheid aangewezen, was homogeen, en had haar taak vast en eensgezind in het oog; de Oostenrijksche Delegatie moest door het huis van afgevaardigden provinciegewijze gekozen worden, zoodat zich hierin de verdeeldheid voortplantte. Indien de twee Delegaties liet niet eens konden worden en dan, volgens de bepalingen van het vergelijk, te zamen kwamen om te stemmen, konden de aaneengesloten Hongaren licht de overwinning behalen, doordat zich leden der Oostenrijksche Delegatie, in oppositie tegen de meerderheid, bij hen voegden. Zoodoende werd in het beleid der buitenlandsche zaken nog te meer nadruk gegeven aan de staatkunde, die door de gebeurtenissen in Europa toch reeds als van zelf het overwicht had verkregen in het gezamenlijke rijk: immers de vestiging van het Duitsche Rijk ten gegevolge van den Fransch-Duitschen oorlog had aan alle gedachten om de vroegere positie van Oostenrijk in Duitschland te herwinnen een einde gemaakt en daardoor aan de politiek van het keizerlijk hof eene richting naar het Oosten gegeven, naar het Balkanschiereiland. De val van Von Beust in 1871 en de benoeming van den Hongaarschen staatsman Andrassy tot rijksminister van buitenlandsche zaken was het uiterlijk teeken dezer wending geweest. Zij had in 1878 geleid tot de bezetting van Bosnië en Herzegowina maar ook tot een gespannen verhouding met Rusland, die weer had gedreven tot de nauwe verbinding met het Duitsche Rijk in 1879. Andrassy was in 1879 afgetreden; na de korte bewindvoering van zijn opvolger Haymerle was in 1881 weer aan een Hongaar, graaf Kalnoky, het rijksministerie van buitenlandsche zaken toevertrouwd, en in de voorafgaande bladzijden is reeds verhaald, hoe de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie diep in de Balkanverwikkelingen werd betrokken, waarbij zij, zich door het bond-

Sluiten