Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke vertegenwoordigers zou omvatten van de mogendheden, die het tractaat van 1856 hadden geteekend. Deze conferentie werd in den aanvang van 1871 te Londen geopend: in den vorm kregen de mogendheden, in het wezen der zaak Rusland voldoening, want de vergadering schonk hare goedkeuring aan de opheffing der bepalingen, die het Russisch rondschrijven verklaard had niet langer te zullen eerbiedigen. De verdere arbeid der conferentie was gewijd aan het zoeken van een bevredigende redactie der artikels, die bestemd waren om het beginsel der sluiting van den Bosporus en de Dardanellen voor oorlogsschepen te handhaven. De Engelsche regeering wenschte in die redactie een middel te vinden om eenigerraate de publieke opinie, die misnoegd zou zijn over het toegeven aan Rusland, te paaien, en daartoe moest een redactie dienen, die aan de mogendheden, niet tot de kuststaten der Zwarte zee behoorende, het recht voorbehield om Turkije te hulp te komen, als het in zijne veiligheid bedreigd werd. Het kostte oneindig veel gewrijf en geschrijf om tot overeenstemming te geraken. Ten langen leste werd vastgesteld, dat de sluiting der zeeëngten van den Bosporus en de Dardanellen in tijd van vrede, zooals zij bevestigd was door het verdrag van Parijs, ten volle bleef gehandhaafd, en dat de Sultan de bevoegdheid had in tijd van vrede die zeeëngten te openen voor de vloten der bevriende en geallieerde mogendheden, voor het geval dat de uitvoering der bepalingen van het Parijsche tractaat dit mocht vereischen.

Kritiek van De afloop van deze aangelegenheid was ten slotte niet van dien aard, Disraeh. (]at }let Engelsche ministerie er door won aan kracht, en Disraeli maakte, behalve van de arbitrale uitspraak le Genève, vooral ook hiervan gebruik om in een groote bijeenkomst in het Crystal Palace, in 1872, het buitenlandsch beleid der regeering scherp aan te vallen. En juist ten aanzien van Rusland was de publieke meening zeer prikkelbaar. Niet alleen dat het tractaat van Parijs de vrucht geweest was der opoffering van veel bloed en schatten in den Krimoorlog, maar die mogendheid was toenmaals eigenlijk ook de eenige, die John Buil wel eens onrustige oogenblikken bezorgde, als hij aan zijne wereldmacht, in het bizonder aan zijn kostelijk Indisch bezit dacht.

De Britsche Die macht, in hare verschillende vormen, strekte zich uit over alle

wereldmacht. wereu^eeieil en zeeën, al had het koloniaal bezit lang niet den omvang dien het tegenwoordig heeft. Langs de West-Afrikaansche kust lagen de bezittingen in Gambia, Siërra Leone, de Goudkust, Lagos, de

Sluiten