Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemerkt den Majoeba-top, die de positie der Boeren beheerschte, te bezetten. Doch toen de Boeren den volgenden ochtend den vijand daar ontdekten, aarzelden zij niet lang hem aan te vallen; met aanzienlijk verlies werden de Britten verdreven, Colley zelf sneuvelde.

De Pretoria- De tijding van deze gebeurtenis bracht groote ontroering teweeg in Engeland, waar velen binnen en buiten het parlement vóór alles herstel van de geschonden wapeneer noodzakelijk oordeelden. Na eenig weifelen plaatste het ministerie zich echter op het standpunt, dat het jongste gevecht — van de zijde der Boeren, zooals Gladstone eenige maanden later betoogde, slechts eene verdediging tegen den aanval van Colley — geen reden was om de onderhandelingen af te breken. Wood had uit militaire overwegingen den 6en Maart een wapenstilstand gesloten; den 7en Maart ontving hij een antwoord van Krüger op Colley's brief, waarin het verlangen naar onderhandelingen werd uitgesproken, en volgens de orders zijner regeering ging Wood hierop in; een voorloopig vergelijk werd den 20en Maart getroffen: de Boeren zouden volledig zelfbestuur erlangen voor hunne binnenlandsche aangelegenheden, anderzijds zouden zij de Engelsche suzereiniteit erkennen. Een paar maanden later trok een koninklijke commissie, samengesteld uit Wood, Robinson en Henry de Villiers, naar Pretoria om de zaak nader te regelen, en den 25en October 1881 werd de zoogenaamde Pretoria-conventie door den Volksraad geratificeerd. Echter niet dan met veel tegenzin. Een vrijwillige overeenkomst was het niet, geen resultaat van vrije onderhandeling tusschen twee partijen; de vertegenwoordigers der Boeren werden wel gehoord maar niet als contracteerende partij toegelaten. De koninklijke commissie stelde ten slotte een regeling op, die den Boeren onder bedreiging met hervatting der vijandelijkheden werd opgedrongen en hun toescheen, niet alleenhunne rechtmatige aanspraken bij de vaststelling van de westgrens geheel te miskennen maar bovendien de bedoelingen van de preliminaire overeenkomst van 20 Maart te verkrachten, zoowel ten aanzien der macht die aan de kroon werd voorbehouden krachtens hare suzereiniteit, als ten opzichte van de inmenging in aangelegenheden betreffende de inboorlingen. Zoo was dan de vrede wel hersteld maar bevrediging had hij niet gebracht; de Boeren voelden hunne grieven te meer, omdat ook de toepassing der conventie tot allerlei moeilijkheden aanleiding gaf. Dit had tengevolge, dat in het najaar van 1883, met goedvinden der Engelsche regeering, eene deputatie naar Londen werd gezonden om zoo mogelijk een nieuwe overeenkomst tot stand te brengen.

Sluiten