Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals deze laatste bepaling geschikt was om Fransche en andere crediteuren van den Bey gerust te stellen, beoogde art. IV hetzelfde doel ten aanzien der mogendheden, die verdragen met Tunis hadden, want het garandeerde al die tractaten. Dit artikel zou Frankrijk op den duur hinderlijk genoeg worden; het handhaafde immers de zoogenaamde „capitulaties", die aan vreemde mogendheden de uitsluitende rechtspraak over hare burgers, in Tunis verblijf houdende, verzekerden en voor haren handel de behandeling op den voet van de meest begunstigde natie. Doch voor het oogenblik kwam het er de Fransche regeering bovenal op aan, anderen geen grond tot inmenging te geven; en dank zij ook de snelle, doortastende wijze van haar optreden, verliep alles naar wensch. Uit Berlijn, uit Weenen, uit St. Petersburg had zij terstond de meest tegemoetkomende verklaringen ontvangen; doch hoe zouden Engeland en Italië de zaak opnemen? Zouden zij misschien gezamenlijk de Fransche plannen doorkruisen? Het oogenblik, door Thiers in 1865 voorzien, scheen gekomen, en inderdaad zou zijne voorspelling thans reeds in vervulling zijn gegaan, indien het van Italië had afgehangen. Doch hoewel in Engeland niet meer de mannen aan het roer stonden, die in 1878 beloofd hadden Frankrijk in Tunis de vrije hand te laten, was de toenmalige regeering, het tweede kabinet-Gladstone, toch feitelijk door die toezeggingen gebonden, die ook aan de oppositie in het parlement het zwijgen oplegden. Daarenboven was het voor Engeland's belangen in de Middellandsche zee stellig niet verkieselijk, dat Italië, reeds in het bezit van Sicilië, op den duur ook de tegenoverliggende kust in handen zou krijgen. Zoo legde ook Engeland zich neer bij het optreden van Frankrijk, maar het ontveinsde toch met zijne bezorgdheid over de mogelijkheid, dat Bizerta een geduchte oorlogshaven zou kunnen worden: den 15en Mei vroeg de Engelsche gezant te Parijs naar de plannen der Fransche regeering te dien opzichte. Het antwoord was wel geruststellend voor het oogenblik maar gaf toch geen bindende beloften voor de toekomst; immers de Fransche minister van buitenlandsche zaken verklaarde, dat het geenszins in het voornemen lag om thans (au jour d'hui) de geweldige sommen uit te geven en de reusachtige werken te beginnen, welke, noodig zouden zijn om die plaats tot een militaire haveu te maken, geschikt om als basis te dienen voor operaties in een zeeoorlog. Engeland echter nam er genoegen mee, en zoo bleef Italië alleen over, of het had het gezelschap moeten zoeken van Turkije, dat luide klaagde

Sluiten