Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eerste uitbarsting. Een aantal officieren dienden bij den Khedive een petitie in, waarin zij het ontslag vroegen van den minister van oorlog, die, naar zij zeiden, op onbehoorlijke wijze de officieren van Egyptische geboorte achterstelde bij Turken en Circassiërs. Onder een voorwendsel werden de voornaamste onderteekenaars — drie kolonels, waaronder Arabi — ten paleize ontboden maar daar gevangen genomen en terstond voor een krijgsraad gebracht. Doch met die mogelijkheid was rekening gehouden: toen zij binnen een afgesproken tijd niet waren teruggekeerd, rukten hunne makkers met een aantal troepen tegen het paleis op. Hun succes was volkomen: de Khedive, van schrik en vrees bevangen, stelde niet alleen de gevangenen in vrijheid maar willigde ook de petitie in en ontsloeg den minister van oorlog. Voor korten tijd was de rust hersteld, doch spoedig dreef niet alleen misnoegen maar ook vrees de officieren verder voort; na hetgeen zij hadden onderstaan, waren zij bang dat de regeering zich bij de eerste de beste gelegenheid op hen zou wreken, en hiertegen was geen ander middel dan zich zelf van het gezag meester te maken. Den 9en September voerden zij de troepen tegen het paleis aan en eischten en verkregen het ontslag van alle ministers; een nieuw kabinet, naar den zin der muiters gevormd, onder Cherif pacha, zegde hun de vervulling toe van al hunne wenschen, de bijeenroeping van een vergadering van notabelen, de invoering eener constitutie, de versterking van het leger tot 18.000 man.

Houding van Dat eene blijvende overwinning der nationalisten de financieele

enEprankrtjk. reSelinS zou te niet doen was duidelijk, en het sprak van zelf dat de Europeesche mogendheden, in de eerste plaats Engeland en Frankrijk, hierbij niet werkeloos zouden kunnen toezien; de groote moeilijkheid was, op welke wijze een eventueele tusschenkomst zou moeten geschieden. Het tweede kabinet-Gladstone, waarin Granville weer de buitenlandsche zaken bestuurde, was huiverig voor de verwikkelingen, waartoe een ingrijpen zou kunnen leiden, maar was het toch eens met Barthélemy Saint Hilaire, den Franschen minister van buitenlandsche zaken in het eerste ministerie-Ferry, dat rechtstreeksche inmenging van de Porte niet geduld moest worden. Sultan Abdoel-Hamid toch achtte de verwarring te Cairo een goede gelegenheid om zijn gezag te doen gelden en zond terstond na de September-gebeurtenissen een paar commissarissen naar Egypte; hiertegen traden de Engelsche en Fransche regeering op door het zenden van een oorlogsschip en een gezamenlijke verklaring aan

Sluiten