Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Italië en scheen zelfs door art. 17 aan Italië het protectoraat over Abessynië toe te kennen. Immers, volgens den Italiaanschen tekst stemde Menelik er in toe om zich voor alle aangelegenheden, die hij met de Europeesche mogendheden te behandelen had, te bedienen van de Italiaansche diplomatie. In hetzelfde jaar verkreeg Italië door een reeks van tractaten het oppergezag in het dorre land ten Zuiden van Abessinië met de kust, van de Djoeba tot een punt ten westen van kaap Guardafoeï, een onmetelijk gebied van bitter weinig waarde, maar dat nu naar het Zuiden de grens vormde van Erythrea, het groote koloniale rijk, dat Crispi voor zijn land meende gesticht te hebben.

Frankrijk zag deze gebeurtenissen aan zonder er zich in te mengen Vestiging der en bepaalde er zich toe, in zijne bezittingen aan de Eoode zee een Dsjiboeti betere reede te zoeken dan Obock bleek te zijn; het vond die tegenover Obock, aan den anderen kant der golf van Tadsjoera, en hier, te Dsjiboeti, werd in het begin van 1888 de aanvang met een nieuwe vestiging gemaakt. Een oogenblik scheen Engeland zich hiertegen te willen verzetten, maar reeds in Februari werd een overeenkomst getroffen, waarbij de grens tusschen de Engelsche en Fransche protectoraten op zoodanige wijze werd vastgesteld, dat Dsjiboeti binnen het Fransche machtsgebied viel; het werd spoedig de hoofdplaats der Fransche nederzetting. Deze hield beteekenis als tusschenstation voor de verbinding met de Achter-Indische bezittingen en met Madagascar,

doch overigens scheen de toekomst aan deze kusten en in het achterland aan Italië te behooren. Men mag veronderstellen, dat men te Parijs met leede oogen het voorloopig succes der Italianen aanzag, maar de omstandigheden waren er niet naar om het te betwisten; het was de tijd, dat Bismarck het nog steeds geïsoleerde Frankrijk meer dan eens grof bejegende en dat Crispi, zich sterk gevoelend door de Triple Alliantie en door de entente met Engeland, met feilen ijver den Duitschen kanselier in de hand werkte, ten einde de Fransche regeering ontzag en respect voor Italië in te prenten. Voor haar was daarom groote voorzichtigheid een strenge eisch, niet het minst ook tegenover Italië, dat onder Crispi's leiding juist in deze zelfde jaren in Tunis haar den voet dwars zette. Want de stichting der kolonie Erythrea beteekende volstrekt niet, dat Crispi zijne aandacht en zijne begeerte aftrok van de Noord-Afrikaansche kust, integendeel, hij was terzelfder tijd druk in de weer om aan Italië het bezit van Tripoli en Earka te verzekeren.

10

Sluiten