Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wens eventueel niet de noodige nadruk kon worden verleend door een voldoende zeemacht, zou de Duitsche kanselier het voordeel, dat de gunstige omstandigheden hem boden, wellicht in gevaar hebben gebracht, terwijl nog daarenboven, zooals vroeger is opgemerkt, zijn Europeesche politiek een groote verkoeling der betrekkingen met Engeland niet wenschelijk maakte. Maar hoe zeer dan ook bereidwilligheid aan den dag leggend om gevestigde aanspraken te ontzien, de Duitsche regeering had anderzijds ten duidelijkste hare vastbeslotenheid getoond om toe te grijpen of de ondernemingen van Duitschers te beschermen waar zich de gelegenheid bood. En dit had tengevolge, dat thans bij alle mogendheden, die in Afrika territoriale bezittingen of aanspraken hadden, zich een heete drift openbaarde om haastig de eene en de andere zooveel mogelijk uit te breiden en tegelijk door verdragen met de mededingers hiervan de bevestiging te verkrijgen. De volgende jaren zijn dan ook zeer rijk aan tractaten, die begrenzing van het wederzijdsch gebied der contractanten in Afrika ten doel hebben, eene begrenzing, die in vele gevallen open bleef naar het binnenland toe, om de eenvoudige reden, dat dit nog niet voldoende bekend was.

Bij de jacht op vermeerdering van gebied gingen de Engelschen en de Franschen vooraan, de laatsten onder rechtstreeksche leiding der regeering, de eersten met behulp van compagnieën, die zoowel in de landen van de Niger en Midden-Soedan als in Oost- en in Zuid-Afrika het belangrijkste werk deden.

enRransohen 1879 hadden de Engelsche kooplieden, die bij de Nigermonden

aan de Niger waren gevestigd, zich in een compagnie vereenigd, vooral met het

6n Soedan^00 (1°el °m ^en wedstrijd met de Fransche mededingers te krachtiger te kunnen voeren. Deze compagnie bereikte den gewenschten uitslag: tusschen 1880 en 1884 werden de Franschen er verdrongen en gedeeltelijk uitgekocht. Op dien grond beweerde zelfs de Engelsche vertegenwoordiger op de conferentie te Berlijn in 1885, dat de Niger een Engelsche rivier was, eene bewering, die van Fransche zijde ten krachtigste bestreden werd door te wijzen op het onmiskenbare feit, dat de Franschen hun gezag aan de Boven-Niger hadden gevestigd; dientengevolge werd dan ook aan Engeland en Frankrijk te zamen de zorg voor de vrije vaart op de rivier opgedragen. De vestiging van een Duitsch protectoraat aan de Kameroen had echter de Engelsche regeering ontrust, en ten einde een ongewenschte uitbreiding der Duitsche aanspraken te voorkomen, stelde zij nog in 1885 de kust van het

Sluiten