Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestkracht en geluk had hij er het in ruime mate gevonden in de diamantvelden van Kimberlej. Hij was een der voornaamste medewerkers, met Alfred Beit en Barney Barnato, aan de samensmelting van verschillende ondernemingen, die door onderlinge mededinging en overdadig aanbod de markt bedierven en de exploitatie der diamantmijnen met ondergang bedreigden, tot één groote maatschappij, en hiermee had hij, sinds 1880, den grondslag voor zijn zeer groot vermogen gelegd. In het jaar 1SS0 werd hij ook lid van het Lagerhuis in de Kaapkolonie maar voorshands bleef hij zich toch in hoofdzaak aan zijne fmancieele ondernemingen wijden. Dat hij zijne geldelijke belangen later uit het oog verloor, zou waarschijnlijk te veel gezegd zijn; maar zeker is het, dat hij van 1884 af groote belangstelling, onvermoeide werkzaamheid, ongewone behendigheid en takt aan den dag legde voor de verwezenlijking van de wenschen dergenen, die een sterk Britsch Zuid-Afrika begeerden te scheppen, zoo mogelijk, naar het oude plan der Britsche regeering, door vrijwillige samenwerking en vereeniging van Boeren en Britten, maar desnoods ook door dwang en overweldiging van een weerstrevend Boerenelement. Het is moeilijk en zal wel ondoenlijk zijn een zuivere scheiding te maken tusschen de verschillende motieven, die Rhodes' handelingen bestuurden, motieven van eigenbelang en zelfzucht, motieven van patriottisme en imperialisme: in de jaren 1885—1887 kwam het aan den dag, dat de Zuid-Afrikaansche Republiek aan den Witwatersrand de rijkste goudmijnen ter wereld bezat, en Rhodes verwierf zich ook hierin spoedig belangrijk aandeel; ongetwijfeld waren ook groote financieele belangen van hem betrokken bij de vestiging van het Britsche gezag in Matabeleland; doch even zeker als zijn voordeel gebaat was bij hetgeen hij ten opzichte der Z uid-Afnkaansche Republiek en der Matabelen bedreef, even zeker speelde daarin een belangrijke rol een staatkundig streven, dat van Britsch standpunt volkomen verklaarbaar en verdedigbaar is

Dat Rhodes juist sinds 1884 in de politiek naar voren begon te komen, zal wel verband houden met de onrust, die ook bij zoovele anderen werd gaande gemaakt door het optreden der Duitschers in ZuidAfnka en de bedrijvigheid van Paul Krügers bewind. Wat die laatste betreft, Rhodes wendde zijn invloed aan om haar naar verschillende zijden in te toornen. Bij zijn wensch om de Boerenrepublieken nauw met de Britsche kolonies te verbinden, zag hij een groot kwaad in den aanleg van den Delagoa-baaispoorweg, die immers nog de vervreemding

Sluiten