Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Zuid-Afrikaansche Republiek van de Kaapkolonie zou vermeerderen; hij begeerde, dat de Kaapkolonie een spoorwegverbinding met de Republiek zou tot stand brengen, en terwijl hij zich hiervoor inspande,

stelde hij zich ijverig te weer om den bouw van de Delagoa-baailijn te verijdelen. Edoch, hij leed de neerlaag, en in 1889 werd de aanleg van die lijn begonnen. De onderwijl toegepaste maatregelen om de Republiek van de zee af te sluiten hadden natuurlijk zijne volle instemming, maar zijne eigen belangrijkste werkzaamheid in dezen tijd valt toch aan de west- en de noordgrens der Republiek. Hoewel de Londensche conventie van 1884 een grens had getrokken voor het voortschuiven der Boeren naar het Westen, dat zij door de stichting der republieken Stellaland en Goosen hadden ondernomen, bleven zij ook daarna volharden in hunne pogingen om den verbindingsweg naar het Noorden, waarom het den Engelschen bij de Londensche onderhandelingen vooral te doen geweest was, in hun bezit te houden. Het was mede op sterk aandringen van Rhodes, dat in December 1884 zich een militaire macht van de betwiste streek meester maakte en hier de Boeren terugwierp. Trouwens, sinds de vestiging der Duitschers in Zuid west-Afrika drong zich als van zelf aan de regeeringen te Londen en te Kaapstad de politiek van uitbreiding naar het Noorden op om de Britsche macht tusschen Duitschers en Boeren in te schuiven, en zoo proclameerde dan ook reeds in 1885 de Britsche regeering het gebied tot 22° Z.B., met den 20en meridiaan als westgrens, tot Britsche sfeer van invloed; het zuidelijk gedeelte daarvan werd in September van dat jaar tot kroonkolonie verklaard onder den naam van Britsch Betschoeanenland. Oeconomisch was deze aanwinst stellig niet van beteekenis, want grootendeels bestond zij uit de Kalahariwoestijn,

doch het was ook een zuiver politieke overweging die er toe dreef, een maatregel van voorzorg. Gansch anders was het gelegen met den thans volgenden stap, die het werk was van Rhodes.

Ten noorden van de Zuid-Afrikaansche Republiek, aan gene zijde De „British van de Limpopo, strekte zich het rijk der Matabelen uit, wier gebied,

sinds de rijke goudvondsten in de Republiek, onder de voor hen gevaarlijke verdenking stond van rijk te zijn aan kostbare delfstoffen; onderzoekingen, door meer dan een expeditie ondernomen, bevestigden deze vermoedens en berichtten bovendien, dat het land ook geschikt scheen voor blijvende vestiging eener blanke bevolking, die zich aan landbouw en veeteelt wilde wijden. Voor den treklust der Boeren

Sluiten