Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging, scheen zij op den duur toch wel de richting der handelspolitiek in het algemeen met juistheid te hebben aangegeven. Het EngelschFransche handelsverdrag van 1860 stelde tusschen beide landen een tarief vast, dat, zonder alle bescherming op te geven, toch van den geest der vrijhandelaars sterk was doortrokken en den invoer van wederzijdsche artikelen in hooge mate vergemakkelijkte. Weldra vond dit voorbeeld navolging op ruime schaal: Napoleon zoowel als de Engelsche regeering slaagden in hunne pogingen om met andere mogendheden dergelijke verdragen te sluiten, die ook weer tusschen die mogendheden onderling tot stand kwamen. Een heel net van handelsverdragen verbond binnen weinige jaren de verschillende Europeesche staten, met uitzondering van Rusland, dat niettemin in 1865 ook zijn tarief verlaagde. In al die verdragen werd de clausule opgenomen, dat de contractanten elkaar zouden behandelen op den voet der meest begunstigde natie, met dit gevolg, dat alle naties genoten van het laagste tarief, dat één harer wist te bedingen, en dat feitelijk een soort gemeenschappelijk laag tarief hare handelsbetrekkingen beheerschte. Was dus toch Cobden's voorspelling in hoofdzaak uitgekomen, ook in een ander opzicht schenen de verwachtingen van hem en zijne volgelingen verwezenlijkt te worden: zij rekenden er op, dat de vreemde markten voor de producten der Britsche nijverheid zouden gewonnen en behouden worden. Zoolang de meeste groote staten in hoofdzaak agrarische staten bleven, ging deze berekening op; GrootBrittannië was de andere landen in industrieele ontwikkeling verre vooruit, en dank zij den nieuwen handelstractaten konden Britsche nijverheid en handel ruim profijt trekken; zij groeiden en bloeiden en wonnen schatten, en de overtuiging dat de vrijhandel een zegen was vestigde zich diep in de Britsche gemoederen. Edoch, in andere landen werd juist de twijfel aan de doelmatigheid van de toepassing dier beginselen voor hunne eigen behoeften meer en meer levendig, in het algemeen uit dezelfde oorzaken, die reeds bij de bespreking der toestanden in het Duitsche Bijk zijn aangestipt: behalve eenige jaren van algemeene malaise, die ook in de Britsche landen ondervonden werd, waren het de nooden van landbouw en industrie, door vreemde mededinging benard, die het besef wakker maakten, dat bescherming noodig was. De bestaande tractaten liepen over het algemeen tot omstreeks 1878 en de meeste staten maakten van de vrijheid, welke zij dientengevolge herkregen, gebruik om hunne tarieven in protectio-

Sluiten