Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in deze jaren het meest de aandacht trok. Cleveland wilde ook, zoo al niet de geheele opheffing, dan toch een wijziging van de Bland-act van 1878 betreffende de gedwongen aanmunting van zilver; hij stuurde blijkbaar in de richting van den gouden standaard, die eigenlijk op het programma van de republikeinen stond en door de talrijke voorstanders van het zilver, de „silvermen", van zijne eigen partij als een groot gevaar voor de nationale welvaart werd bestreden. In dit opzicht vermocht hij dan ook niets uit te werken, maar met zijn aanval op het tarief had hij een begin van succes: het huis van vertegenwoordigers gaf gehoor aan zijn aandrang, en nam in Juli 1888 een ontwerp aan, dat aanmerkelijke verlaging bracht in het tarief en naar den voorzitter der commissie, die het had opgemaakt, de Mill's bill werd genoemd. Onderwijl echter was de tijd weer aangebroken voor de verkiezing van een president der Unie — Cleveland's termijn liep met Maart 1889 ten einde — en thans werd de kwestie van het tarief het voornaamste punt in het „platform" van beide partijen. De democraten stelden Cleveland opnieuw candidaat, verklaarden in te stemmen met den inhoud van diens boodschap en keurden de Mill's bill goed; daarentegen sprak de conventie der republikeinen, die Benjamin Harrison als candidaat verkoos, nadrukkelijk uit, niet alleen dat zij van geen tariefverlaging weten wilde maar dat zij de bescherming als een stelsel aanvaardde en het tarief wilde herzien om nog te meer den invoer te beteugelen van artikels, die in de Vereenigde Staten werden geproduceerd. In den verkiezingsstrijd behielden de republikeinen het veld: Harrison werd president en in beide huizen van het Congres hadden zij een kleine meerderheid. Natuurlijk volgde thans de uitvoering van hun programma ten aanzien van het tarief: een ontwerp, wederom genoemd naar den voorzitter der commissie, die met de uitwerking was belast, Mac Kinley, werd met eenige wijzigingen door het Congres aangenomen en in October 1890 door den president geteekend. De republikeinen hadden hunne meerderheid versterkt door in November 1889 de toelating tot de Unie door te zetten van vier nieuwe staten Noord- en Zuid-Dacota, Montana en Washington — wier opneming tot dien tijd door de democraten was tegengehouden, juist omdat de republikeinen er het talrijkst waren. Maar daarenboven hadden zij nog op eene andere wijze stemmen gewonnen voor de Mac Kinley-bill: zij hadden aan de zilvermannen toezeggingen gedaan, die nu ook in 1890 werden ingelost door de zilverwet van Sherman. Tot bittere ergernis van velen

Sluiten