Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunner industrie uit naar Europa — wij hebben de fabrikanten der Midlands voor de enquête-commissie ook over Amerikaansche mededinging hooren klagen —, maar de beteekenis van deze export kwam toch in geen vergelijk met die der producten van landbouw en veeteelt, en voor de wereldmarkt was zij nog van geen overgroot belang. In 1880 bedroeg zij bijna 12£% der totale waarde van den uitvoer, tien jaar later naderde zij 18%, en terwijl Engeland in 1889 aan die artikelen uitvoerde voor 248 millioen pond sterling, het Duitsche Rijk voor 105 millioen, Frankrijk voor 77 millioen, kwam voor de Unie het cijfer niet hooger dan 29 millioen. Doch daarnaast begon de nijverheid der Vereenigde Staten in toenemende mate voor verschillende artikels te voorzien in de behoeften van de eigen markt, en het streven — ook het doel van het Mac Kinley-tarief — was om dit in steeds ruimer omvang te doen. Behalve de ontginning der kolenmijnen, de ijzer- en de staalindustrie, was het de textiel-nijverheid, allermeest die van wollen stoffen, die eene vlucht begon te nemen en nu vooral door het nieuwe tarief werd beschermd. En ook was reeds in het Zuiden de katoenindustrie zich beginnen te ontwikkelen: terwijl de katoenbouw zich gestadig uitbreidde — de uitvoer van katoen steeg tusschen 1870 en 1890 van 1000 tot 3000 millioen ponden — en zich meer naar het Westen verplaatste, om de golf van Mexico, met Mobile en Galveston als ladingsplaatsen, vestigde de katoenindustrie zich eerst in Yirginië en Carolina, dan ook zuidelijker en tusschen 1870 en 1890 nam het aantal fabrieken zeer snel toe.

Nu was het weer Engeland, dat langen tijd in de Vereenigde Staten een zeer ruim afzetgebied had gehad voor zijne ijzer- en staalwaren, voor zijne katoenen en wollen stoffen, en mocht ook al sinds 1880 de Duitscher op die markt zijn komen mededingen, zij was toch nog grootendeels voor John Buil behouden gebleven. Maar... die markt werd kleiner, naarmate de Amerikaansche industrie in beteren staat kwam om in hare behoeften te voorzien. In 1872 voerde Engeland in de Vereenigde Staten in voor een waarde van 45 907 998 pond sterling; dan volgde eene sterke daling, die echter verband hield met een groote stoornis en crisis in het zakenleven en de financieele wereld der Unie, maar ook daarna, toen weer beterschap was ingetreden, werd het cijfer van 1872 niet weer bereikt vóór 1890, en daarna begon het weer te zakken. En tevens deed zich nog een ander bedenkelijk verschijnsel voor, dat voor Engeland op toenemende Europeesche concurrentie wees: onder

Sluiten