Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, verliepen nog verscheidene jaren, eer zij zich met kracht aan het werk zette om er ten volle profijt van te trekken.

De verdragen van Aigoen (1858) en van Peking (1860) hadden het werk van Moeraview in het gebied van de Amoer en de Oessoeri bekrachtigd (zie deel I 836); China had achtereenvolgens den geheelen linkeroever van de Amoer, den rechteroever van de samenvloeiing met de Oessoerri af, het gebied van de Oessoerri tot de Possiet-baai overgegeven. Meer dan 10° had Rusland dientengevolge zijn kustgebied uitgebreid naar het zuiden, waar de „bedwingster van het Oosten", Wladiwostok, al was gesticht nog voordat het land in allen vorm was afgestaan. Hoe fier echter de naam der nieuwe stad ook klinken mocht, hare ligging was toch wel zeer bezwaarlijk voor het vervullen der rol, die haar werd toegewezen: telken jare is hare haven gedurende een viertal maanden door het ijs ingesloten, en zelfs indien ijsbrekers kunnen worden te werk gesteld met zulk een vermogen, dat zij in staat zijn de dikke laag te splijten, is er nog niet veel gewonnen, nant de zeestroomingen drijven daar steeds weer de ijsschollen in de baai, zoodat het vaarwater niet vrij is te houden. Daarenboven is Wladiwostok, zij het ook in mindere mate dan de Russische havens aan de Zwarte zee, van de open zee afgesloten; de uitgang naar het zuiden uit de Japansche zee is door bezetting van kleine eilanden vrij aardig te versperren, indieu Japan daartoe wil medewerken, zoodat dan een geringe vijandelijke scheepsmacht voldoende zou zijn, om aan de Russische vloot den doortocht te beletten. En eindelijk zou deze „bedwingster van het Oosten" zelve door de Chineezen spoedig ernstig benauwd kunnen worden van de landzijde, waar geen Russisch gebied haar dekte. In militair opzicht liet de ligging van Wladiwostok dus veel te wenschen over, en ook uit oeconomisch oogpunt beschouwd, had zij groote gebreken: natuurlijk telde daaronder hare haven mee, maar bovendien lag zij op grooten afstand van het dichtbevolkte eigenlijke China, dat voor het verkeer toch ongetwijfeld het land van belofte was. Om dit meer nabij te komen en tevens om een ijsvrije haven te verwerven, was er slechts één middel: nog verder zuidwaarts voortschuiven. Om hiertoe echter de mogelijkheid te scheppen, was het een eerste vereischte de Russische macht in de landen van de Amoer en de Oessoeri ten krachtigste te bevestigen; en zóó levendig werd dit beseft door Moeraview, dat hij onmiddellijk na de bezetting van het Amoergebied de regeering te Petersburg zocht te winnen voor het denkbeeld

Sluiten