Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemden handel opengesteld, tot groote bezorgdheid der Engelschen, die vreesden, dat de handel van Zuid-China naar Tonking zou worden geleid. In ouderlingen naijver streefden voortaan Brit en Franschman er naar, hier, in Zuidwest China, zich voordeelen te verzekeren, naijver die soms tot ernstige botsing dreigde aanleiding te geven. Waar toch was het niet Frankrijk, dat den Britschen staatslieden in de eerste plaats zorg inboezemde ten aanzien van China, doch ook hier, evenals overal in Azië, zagen zij weer in Rusland het groote gevaar.

Het Chineesche rijk omvat, behalve de achttien provincies van de Rusland in groote rivieren, een reusachtig afhankelijk gebied, dat het eigenlijk Mongohe' China tot een zeer breede borstwering strekt in het Noorden en Westen: Mandsjoerije, Mongolië, Chineesch Turkestan en Tibet. Het was bij hun voortdringen in Siberië geweest, dat de Russen in aanraking waren gekomen met Mongolië, een land, misschien zeven maal zoo groot als Frankrijk, dat grootendeels woestijn is en een zeer dunne bevolking heeft van nomadenstammen, verbonden door den godsdienstigen band van het Lamaïsme. Bij de verdragen van Nertsjinsk (16S9) en van Kiachta (1722) hadden de Russen verlof gekregen om in de laatstgenoemde grensplaats handel te drijven. Daar, te Kiachta, was het, dat allengs Mongoolsche karavanen, die van Kalgan af, waar het eigenlijke China eindigt, de woestijn doortrokken, de thee kwamen brengen aan de Russen, die deze kostelijke waar dan naar Irkoetsk en verder langs den vroeger genoemden weg door Siberië vervoerden. Deze Kalgan-Kiachtafrkoetsk verbinding scheen hare beteekeuis te moeten verliezen, nadat het kanaal van Suez de gelegenheid geopend had om de thee naar Odessa te brengen; maar de Russische regeering was er blijkbaar op uit, het verkeer langs den ouden weg ook levendig te houden, want zij hief te Odessa een veel hooger invoerrecht van de thee dan te Kiachta.

Die weg had dan ook voor haar niet alleen om de handel beteekeuis,

doch ook om den staatkundigen invloed, dien hij verschafte. De Mongolen, die aan dit verkeer deel hadden, kwamen gaandeweg in nauwe betrekkingen met de Russen en deden dienst als wegbereiders voor Russische indringing; maar daarenboven hadden dezelfde verdragen van Aigoen en Peking, die in 1860 het werk van Moraview hadden bekroond, aan de Russen ook verlof gegeven, om een postdienst in te richten tusschen Oerga en Kalgan en hun het toezicht over dien dienst toevertrouwd. En dit verlof, dat de Kozakken als begeleiders van de post tot aan de poort van het eigenlijke, binnen den vervallen grooten

17

Sluiten