Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu in 189-1 in Korea weer tot eene botsing kwam, tastte Japan gansch anders door dan vroeger. In April van dat jaar brak ginds een nieuwe opstand van dezelfde elementen uit, die in 1884 liet spel begonnen waren, en deze maakte het Koreaansche hof zoo bezorgd, dat het te Peking om hulp vroeg. De Chineesche regeering zond een paar duizend man en gaf hiervan, in overeenstemming met het verdrag van 1885, kennis te Tokio, waar men nu in Juni besloot een gelijk aantal troepen te sturen, die in de nabijheid van Seoel landden en daar gehandhaafd bleven ondanks de vertoogen der Chineezen, dat de orde reeds hersteld was en de Japausche troepen dus overbodig waren. Te Tokio wilde men blijkbaar deze gelegenheid aangrijpen om de zaken in Korea op een anderen voet te brengen, want wel verre van gehoor te geven aan China's wenschen, dat de troepen Korea zouden ontruimen, stelde de Japansche regeering thans te Peking voor om gezamelijk den koning van Korea hervormingen op te leggen, waardoor aan het uitplunderingssysteem een einde zou worden gemaakt. Men kan te Tokio kwalijk verwacht hebben, dat zulk een voorstel ingang zou vinden bij de regeering te Peking, waar men evenzeer van bevordering van Japanschen invloed in Korea als van Japansch-Europeesche hervormingen afkeerig was; het werd dan ook verworpen en bovendien beantwoord met het betoog dat, daar toch de onafhankelijkheid van Korea was erkend, de beslissing over het al of niet invoeren van hervormingen aan de Koreaansche regeering behoorde te worden overgelaten. Maar zoo had Japan de onafhankelijkheid niet bedoeld; in 1885 was het oogmerk alleen geweest om aan de Chineesche suzereiniteit een eind te maken, thans was de tijd gekomen om er een Japansche voogdij voor in de plaats te stellen, zoo noodig met geweld. Terwijl men van Chineesche en Japansche zijde zich op oorlog voorbereidde, beproefde de Japansche gezant het Koreaansche hof tot toestemmen in de gewenschte hervormingen over te halen; toen dit vruchteloos bleef, eischte hij onder indiening van een ultimatum de inwilliging van Japaifs eischen, en daar dit niet op bevredigende wijze werd beantwoord, rukten den 23en Juli de Japansche troepen, zonder ernstigen tegenstand, de hoofdstad binnen, waar zij thans den koning in hun macht hadden. Drie dagen later vielen de eerste vijandelijkheden voor tusschen Japanners en Chineezen, hoewel de oorlog niet was verklaard. De Chineezen waren begonnen troepen over te schepen naar Asan op de westkust van Korea; een Japansch eskader was op deze hoogte komen kruisen met last om verderen aanvoer van troepen te

Sluiten