Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 Januari 1^95 werd aan land gezet, met Let doel de vesting AVeiHai-A\ ei aan te tasten, die van de zeezijde door de vloot werd afgesloten. In de haven lag de Chineesche vloot, in getal nog sterk genoeg, maar met een ontmoedigde bemanning, zoodat admiraal Ting geen poging had durven doen om het overvoeren van het Japansche leger te beletten, lerwijl nu de Japansche admiraal Ito gedurig torpedo-aanvallen liet ondernemen op de Chineesche schepen, veroverde het leger achtereenvolgens de zuidoostelijke forten en was den 2en lebruari meester van alle vestingwerken op het vasteland. Thans konden leger en vloot samenwerken tegen de forten op de eilanden en de Chineesche scheepsmacht. Spoedig zag admiraal Ting geen heil meer in voortgezette verdediging en den 12en Februari werd de capitulatie geteekend, die de nog overgebleven tien schepen en eeue bezetting van een paar duizend man in handen der Japanners leverde; vóór de overgave beging Ting zelfmoord.

Reeds na het verlies van Port-Arthur had Li-IIoeng-Tsjang bij den Onderhande-

Chiueeschen keizer op het openen van onderhandelingen aangedrongen, lin®en en

vrede van

en inderdaad was een gezant benoemd, doch daar hem geen voldoende Sjimonoseki. volmacht gegeven was, had de Japansche regeering niet in besprekingen willen treden; na den val van ei-Hai-Wei herhaalde zich dit spel nog eens, doch terwijl nu liet leger onder Nozoe bleef voortrukken, kwam meu te Peking tot het inzicht, dat werkelijk een eind aan den oorlog moest gemaakt worden; wellicht had men ook reeds zekerheid, dat goede vrienden bereid waren om al te bezwarende eischen van den overwinnaar te matigen. Li-Hoeng-Tsjang zelf werd, nu van de noodige volmachten voorzien, naar Sjimonoseki gezonden, waar hij met Ito Hiroboeini, den ministerpresident, en met Moetsoe Moenemitso, den minister van buitenlandsche zaken, den 20e° Maart de onderhandelingen begon en den 17in April een vredesverdrag onderteekende. Bij dit verdrag erkende China de volledige zelfstandigheid van Korea; het stond aan Japan af het schiereiland Diao-Toeug, het eiland Formosa en de daarbij gelegen Pescadores-groep; het betaalde 200 millioen taël; het opende voor den handel de steden Tsjoeng-King, Sjasji, Soetsjeoe en Hangtsjeoe en stond toe dat Wei-Hai-A\ ei door de Japanners bezet werd gehouden, totdat al deze bepalingen zouden zijn uitgevoerd.

Inderdaad eene uitkomst waarmee Japan tevreden kon zijn! Doch nu kwamen Furopeesche mogendheden den overwinnaar een deel van den buit ontzeggen.

Sluiten