Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standen te verkrijgen dan het droombeeld na te jagen eener algeheele verandering der maatschappij ineens; zij wilden telkens streven naar liet mogelijke, en op het congres te Saint Etienne in September 1882 was het tot eene breuk gekomen; Guesde en zijne volgelingen, de Marxisten, waren in de minderheid gebleven, de anderen hadden de fede'ration Fran?aise des travailleurs socialistes révolutionnaires" gevormd meer bekend onder den schimpnaam van „possibilisten", dien zij van hunne tegenstanders ontvingen. Maar ook onder de possibilisten was de vrede niet bewaard; zij waren in strijd gekomen over een vraag van organisatie: foederalisme of centralisatie, en over een vraag van taktiek: samenwerking met de radicalen of niet; Broussisten en°Allemamsten, zooals zij naar hun leiders, Brousse en Alleinane, werden genoemd, gingen in 1890 uiteen. Eindelijk was er nog de oude partij van Blanqui, die zich de „parti socialiste re'volutionnaire" noemde. Bij zoo groote verdeeldheid vermochten de bestrijders der bestaande inrichtingen van staat en maatschappij weinig kracht te oefenen en de enkele leden der kamer, die daar de „parti ouvrier" vormden, legden er volstrekt geen gewicht in de schaal.

socialistische . was °"der de republikeinen ook een strooming sterker ge-

radicaien. worten> °m, met afwijking der liberale individualistische leer, den staat in de maatschappelijke verhoudingen door wetgeving te doen ingrijpen • er ontstond een partij van sociale hervorming, die tusschen 1880 en 1890 verscheiden aanhangers won; in 1887 begon Jaurès zich naar den socialistischen kant te bewegen; Millerand was vol vuur, en zoo waren er anderen, die zoo al niet even ver, dan toch een eind dieu weg opgingen; voor dezulken was samenwerking met de collectivisten zeer wenschelijk en mogelijk, indien dezen hun programma van gewelddadige omwenteling wilden opgeven, en reeds is vermeld, dat de Broussisten zich tot verbinding met de radicalen bereid toonden. De regeeringen, zelfs uit de gematigde republikeinen, bepaalden er zich met meer toe, de ontwikkeling der vakverenigingen, snel aangroeiende sinds de wet van 1884 hare vorming had veroorloofd, te begunstigen maar zij begonnen, al was het zeer behoedzaam, zich bezig te houden met vraagstukken van arbeidswetgeving: in het voorjaar van 1892 kwam eene wet op den arbeid van vrouwen en kinderen in fabrieken tot stand in Juni 1893 eene wet ter bevordering van de gezondheid en veiligheid in de werkplaatsen, een maand later een tot verschaffing yan kosteloozen geneeskundigen bijstand ten plattelande.

Sluiten