Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd af was de zaak uiet meer van de baan, de eene pleitbezorger van Dreyfus na den anderen trad op, de overtuiging, dat hij onschuldig was, kreeg gestadig meer aanhangers. Ongelukkig bleef het niet uitsluitend een juridische vraag, maar mengden er zich van weerszijden politieke hartstochten in: de zaak-Dreyfus werd tot een krachtmeter gemaakt tusschen de anti-semitisch-clericale en nationalistisch-militaire partij aan den eenen, de republikeinsche democratie aan den anderen kant. Dien vorm nam de strijd vooral aan sinds de tweede helft van 1898, nadat het ininisterie-Méline was afgetreden, dat zich ongeneigd getoond had, eene revisie van het proces te bevorderen. Onder het opvolgend kabinet Brisson deed zich een nieuw feit voor, dat langer weigering van revisie onmogelijk maakte: de bekentenis van luitenantkolonel Henry, dat hij de vervaardiger was van een stuk, waarop zich nog juist de minister van oorlog in de kamer beroepen had als een onwraakbaar getuigenis van Drevfus' schuld. Den 2Öe° September 1898 besloot de ministerraad het dossier-Dreyfus iu handen te stellen van het Hof van cassatie, waar nu echter de behandeling ook weer een uiterst slepend verloop had, naar het schijnt niet zonder toedoen van het nieuwe ministerie-Dupuy, grootendeels uit gematigde republikeinen gevormd, dat in October 1898 was opgetreden, en zelfs van president Faure. Zeer plotseling kwaui deze in Februari 1899 te overlijden, en thans werd Loubet, een radicaal, in zijne plaats gekozen; in Juni Loubet volgde een nieuwe wisseling van ministers; Waldeck-Rousseau werd de P Republiek6* voorzitter van het zoogenaamde ministerie ter verdediging der Republiek. Het ministeDeze veranderingen kwamen Dreyfus zeer ten goede: het Hof casseerde ten slotte het vonnis, in 1894 over Dreyfus geveld, en verwees de Het rezaak naar een anderen krijgsraad, te Rennes (Augustus 1899), die hem pub'^®1c°soho echter opnieuw veroordeelde. Maar nu greep de regeering in: president Loubet verleende gratie aan Dreyfus, en het ministerie gelastte een tweede revisie, en deze maal casseerde het Hof het vonnis zonder de zaak weer naar een krijgsraad te verwijzen. Daarmee was voor het slachtoffer van 1894 de zaak ten einde; hij werd in zijne eer hersteld,

herkreeg zijne plaats in liet leger, werd bevorderd en gedecoreerd.

Maar voor Frankrijk lieten zich de gevolgen nog lang gevoelen: ongerekend de schade, die het aanzien der Fransche magistratuur en der hooge officieren bij landgenooten en vreemdelingen had geleden, had de worsteling tusschen Dreyfusisten en anti-Dreyfusisten eene nieuwe verscherping der politieke verhoudingen ten gevolge. Anti-semieten,

Sluiten