Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeilijkheden stuitte en haar doel slechts zeer onvolledig bereikte. Yan meer beteekenis was de beëindiging van den oorlog tegen den vorst van Dahomey. Sinds 1892, in spijt van het verdrag van 1890 waarbij Behanzin — zoo heette de vorst — de Fransche nederzettingen aan de Slavenkust had erkend, was hij weer vijandelijkheden begonnen, maar slecht bekwam het hem: de Fransche regeering besloot tot doortasten, en hoewel het haren troepen vrij wat verliezen kostte, braken zij toch spoedig het verzet van Behanzin, die zich ten slotte, in Januari 1894, onvoorwaardelijk overgaf. Er werd thans een gouverneur benoemd van de kolonie Dahomey, die zich nu spoedig, behalve de organisatie van het gebied, ook de uitbreiding ervan naar de Niger ten taak stelde, eene uitbreiding, waarbij de wedijver van Franschen, Engelschen en Duitschers zich in sterke mate zou doen gevoelen.

Wrijving Tot op dezen tijd had de geschetste bedrijvigheid der Franschen in EngeianiTen C^eze streken wel du en dan eenige wrijving, maar toch geen ernstige Frankrijk, moeilijkheden met Engeland of het üuitsche rijk ten gevolge, en DdeTmge°P ^ Jul' 1893 was tusschen de Fransche en Engelsche regeeringen een nadere overeenkomst gesloten over de grensbepalingen aan de Ivooren Goudkust. Doch er was vooral één aangelegenheid, die tot onaangename vertoogen aanleiding gaf, en dat was de vaart op de BenedenNiger en op haar bijrivier de Benoeë. In spijt der acte van Berlijn van 1885, die de vrije vaart op de Niger nadrukkelijk had vastgesteld (blz. 170), trachtte de Royal Niger Company (blz. 173) die vaart te monopoliseeren door aan anderen allerlei moeilijkheden en belemmeringen in den weg te leggen. Reeds iu 1890—91 had een Fransche verkenningsonderneming onder den zeeofficier Mizon dit moeten ervaren, en in 1893 ondervond hij het op een nieuwen tocht in nog sterkere mate; zelfs liet de Royal Niger Company een zijner schepen in beslag nemen. Ofschoon de Engelsche regeering zulke handelingen niet rechtstreeks kon goedkeureu, wilde zij die toch ook niet desavoueeren, omdat zij feitelijk instemde met de overwegingen, waaruit deze voortkwamen; want het optreden der Niger Company was daarom zoo scherp, omdat die Fransche ondernemingen, die in naam een wetenschappelijk en commercieel karakter hadden, inderdaad beoogden, het Engelsch-Fransch verdrag van 1890 (deel III, 175) ten gunste van Frankrijk te wijzigen en protectoraten te vestigen in de landen rondom Sokoto. Op zich zelf en alleen zouden zulke botsingen stellig geen aanleiding geven tot ernstige verwikkelingen tusschen de Engelsche en Fransche regeeringen,

Sluiten