Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komsten van het land: een aanmerkelijk deel hiervan was krachtens internationale regeling door de liquidatie-wet van 1880 voorbehouden aan de betaling der rente en de aflossing van de Egyptische schuld, en het gansche beheer hiervan berustte bij de Caisse de la dette publique, in 1876, zooals wij vroeger gezien hebben, ingesteld en sinds dien wel hervormd, maar steeds de rol vervullend van een curator in een faillieten boedel, ten behoeve der schuldeischers van Egypte. De commissie dier Gaisse, waarin naast Engeland, Frankrijk, Italië en Oostenrijk, sedert 1885 ook het Duitsche rijk en Rusland een vertegenwoordiger hadden, ontleende de vereischte zelfstandigheid aan het feit, dat hare leden werden aangewezen door de groote mogendheden; zij voerde een geheel onafhankelijke administratie, ontving de inkomsten, die waren bestemd voor den dienst der rente en der aflossing en had ook het beheer over de reservefondsen, die werden gevormd. Zonder hare toestemming mocht de Egyptische regeering geen nieuwe leening sluiten en evenmin in de belastingen wijzigingen brengen, waardoor de opbrengst zou verminderd worden. Zulk eene bepaling was noodzakelijk. Want niet alleen was een gedeelte dier opbrengst aan de Caisse toegewezen, maar bovendien bestond nog een andere samenhang tusschen hare geldmiddelen en die der regeering. Bij de liquidatie-wet was een budget voor Egypte vastgesteld tot een bepaald bedrag, dat in 1885 nog weer eenigszins is verhoogd. Dit moest in de eerste plaats gedekt worden door die inkomsten, welke niet voor den dienst der schuld waren verpand; schoten deze echter te kort, dan moest het ontbrekende worden aangevuld met de overschotten van de inkomsten der Caisse, en indien deze niet toereikend waren, moesten de reservefondsen der Caisse de aanvulling verschaffen. Eindelijk nog was er een streven der Egyptische regeering, aangezet door den Britsclien resident, om van de reservefondsen der Caisse hulp te krijgen voor de uitvoering van productieve werken, hetzij in den vorm van voorschotten tegen lage rente, hetzij als rechtstreeksche storting.

De „Caisse de la dette publique" vormde derhalve een belangrijke macht in Egypte, berustend op den stevigen en wettigen grondslag eener internationale regeling. Hetzelfde kon niet gezegd worden van de stelling, die Engeland er innam; belangrijk was zij weliswaar zeker, stevig ook, omdat zij beschermd was door de Britsclie bajonnetten en maritieme overmacht, maar wettig, internationaal erkend was zij zeker niet. Zij was het gevolg eener militaire bezetting, als tijdelijk aange-

Sluiten