Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich in de genoemde landen te mengen; en onwaarschijnlijk lijkt het niet, dat die bedingen eigenlijk slechts beoogden, de aanspraken van Engeland op de Nijllanden te vestigen of te versterken tegenover een mededinger, die niet genoemd, maar het meest geducht werd : Frankrijk.

Dit rijk toch had door zijne bezittingen in het Kongogebied wèl Fransoh gelegenheid zich uit te breiden naar de streken, die Engeland zich Kongo' trachtte voor te behouden, maar waar het voor het oogenblik niet het minste gezag uitoefende. Van hun Kongo-landen uit konden de Franschen in twee richtingen hunne tochten verder uitstrekken, naar het Noorden en naar het Oosten, en voorshands wendden zij zich met den meesten nadruk noordwaarts. Sinds 1890 werden verschillende verkenningen uitgevoerd in het gebied der rivier de Sanglia, die hen meester maakten van uitgestrekte streken ten oosten van het Duitsche Kameroen tot het Tsjad-meer, en deze uitkomst werd ook erkend door het verdrag van 15 Maart 1894 tusschen Frankrijk en het Duitsche rijk, dat de oostelijke grens van Kameroen bepaalde. Het voortdringen oostwaarts, langs de Oebangi, werd tegelijkertijd beproefd maar weifelend, met onvoldoende middelen, belemmerd als het werd door de aarzelende houding der regeering te Parijs, die op gevaar af vergauwd te worden — er op uit was, door onderhandeling verwikkelingen te voorkomen. Zulke verwikkelingen dreigden te ontstaan met den Kongostaat.

Bij de overeenkomst van 1887 tusschen de Fransche regeering en De den Kongostaat (blz. 185) was de Oebangi als grens aangenomen, KonB°-staat. van hare samenvloeiing met den Kongo tot waar zij den vierden breedtecirkel snijdt; verder had de Kongostaat zich verbonden om geen politieke handelingen te verrichten op den rechteroever van de Oebangi ten noorden van die parallel, en Frankrijk had dezelfde verplichting op zich genomen ten aanzien van den linkeroever der rivier. Dit verdrag liet echter ruimte voor verschillende uitlegging: de Oebangi ontstaat uit de samenvloeiing van de M'Bomoe en de Oeëlle; welke dier rivieren moest als de hoofdtak worden beschouwd, waarop de verdragsbepalingen toepasselijk waren? Of sterker nog, golden die bepalingen in het geheel wel voor deze beide takken? Zich nu eens op dit, dan op dat argument beroepend, liet de Kongostaat zijne expedities gedurig verder noordwaarts opdringen, den noordelijken oever van de M'Bomoe bezetten en dan zich zelfs westwaarts naar het gebied van de Sjari oostwaarts naar dat van de Bahr-el-Ghazal richten. En terwijl zijne'

20

Sluiten