Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder het Egyptische gezag kwamen. Voor de beheerschers van Egypte is het bezit der bronnen van den Nijl en van den bovenloop dezer rivier van hooge beteekenis. niet alleen omdat zij hierdoor eerst in staat worden gesteld, aan Egypte in de ruimste mate den zegen der jaarlijksche overstroomingen te verzekeren, maar ook omdat het gebied tusschen Assoean en de meren in het Zuiden altijd een sterke citadel geweest is van het islamisme, van waaruit herhaaldelijk mahdi's en veroveraars hunne veroveringstochten begonnen zijn. Ter beveiliging van Egypte was het noodzakelijk, dat die streken onder toezicht werden gebracht, en naar de opvatting der Britten moest dat toezicht natuurlijk door hen worden uitgeoefend en niet door een concurreerende mogendheid.

Wat de bronnen van den Nijl aangaat, juist in dezen tijd werd het Britsch De gezag daar op bloedige wijze gevestigd. Bij het verdrag met het Duitsche Enseischen rijk was dit gebied aan de invloedssfeer van Groot-Brittannië overgelaten en 'der brontfeT de British East Africa Company haastte zich, beslag te leggen op Oeganda, van den Kül. waar Fransclie invloed sterk dreigde te worden, dank zij den arbeid der Eransche zendelingen, de Pères blancs, die onder het krachtig aandrijven van kardinaal Lavigerie hier een vruchtbare werkzaamheid ontwikkeld en talrijke zendingsposten gesticht hadden. De Engelsche protestantsche zending, die er ook was binnengedrongen, kon niet tegen hen op, maar kreeg thans, in hare twisten met de Eransche mededingers, de hulp der kanonnen en mitrailleuses van de genoemde compagnie. Deze zond een troepenmacht naar Oeganda, dwong den inlandschen vorst Moeanga de erkenning van een protectoraat af en viel vervolgens op de katholieke bekeerlingen aan, onder welke zij een groote slachting aanrichtte; met de verwoesting der posten, bedehuizen en dorpen der Fransclie katholieke zending werd het werk voltooid. Toch kostte het de compagnie nog groote inspanning om er blijvend haar gezag te vestigen, zelfs geraakte zij er door in financiëele moeilijkheden en kwam, zooals reeds vroeger is verhaald, het laatste ministerie-Gladstone te staan voor de vraag, of Oeganda behouden zou worden door het rijk, ja dan neen; tegen het gevoelen van Gladstone viel de beslissing in bevestigenden zin, en na zijn aftreden werd in Juni 1891 het protectoraat van het Britsche rijk over Oeganda afgekondigd. Onderwijl waren de Engelschen dieper doorgedrongen, in Oenjoro en dan in Aequatoria, waar zij de hoofdplaats Wadelaï bezetten.

Zoo waren de bronlanden van den Nijl aan Engeland verzekerd. Om echter ook, van het Noorden uit, den aanval tegen het Mahdirijk te

Sluiten