Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat reeds verscheiden jaren met de Engelsehe regeering onderhandeld was over Swazie-land, verkreeg de Republiek in 1894 bij de Swazieland-conventie, dat haar het bestuur van dat land werd toevertrouwd en dat haar bovendien in het vooruitzicht werd gesteld de souvereiniteit over een strook grond, noodig voor den bouw van een spoorweg naar Konbaai, in Tongaland. Misschien heeft lord Kipon, de toenmalige minister van Koloniën, gemeend, dat de regeering der Republiek hierdoor zou bewogen worden tot tegemoetkoming aan Engeland's wenschen, niet alleen in de kwestie der unie, maar ook in die der Uitlanders; althans hij vond, in October, er aanleiding in, om te Pretoria te laten aandringen, dat naturalisatie en een verblijf van vijf jaar voldoende zouden zijn om het volle burgerrecht te verkrijgen, en dat de eed van afzwering der oorspronkelijke nationaliteit, die geëischt werd voor de naturalisatie, zou worden afgeschaft; immers krachtens de Engelsehe wet verloor een Britsch onderdaan reeds die kwaliteit door het feit zelf dat hij in een anderen staat werd genaturaliseerd, en het kwetste het gevoel van velen, dat zij door zulk een eed gedwongen werden, nog bovendien zelf den band met het geboorteland door te snijden. Deze gevoels-argumentatie maakte te Pretoria geen indruk, en evenmin voldeed men daar aan Ripon's andere wenschen of verwachtingen Daarentegen greep president Krüger de gelegenheid van keizer Wilhelm Il's verjaardag, op 27 Januari 1895, aan, om bij eene feestviering der Duitschers te Pretoria een rede uit te spreken, waarin hij (e wenschelijkheid betoogde van vernauwing der betrekkingen tusschen et Duitsche rijk en de Zuid-Afrikaansche republiek. Deze woorden verwekten te Kaapstad en te Londen groote ontstemming, die er niet minder op werd, toen de Duitsche regeering den len Februari te Londen een vertoog liet doen, waarin zij, in naam van de Duitsche belangen, opkwam tegen bedreiging der zelfstandigheid van de Republiek, foor het Britsch e kabinet werden deze gebeurtenissen een prikkel om zijnerzijds maatregelen te nemen: op het eind van April annexeerde het 1 ongaland, zoodat de Republiek voor goed van de zee was afgesloten en haar hoop op een geheel eigen verbinding met de zee verijdeld was. Wel protesteerde president Krüger er tegen als eene schending der owazieland-conventie, maar zonder eenig gevolg; Bryce, lid der Britse e regeering, drukte stellig hare meeniug uit, toen hij later schreef, dat president Krüger's begeerte om een haven te verwerven in strijd was met de belangen van Groot-Brittannië, „the paramount power" in

Sluiten