Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering was over dezen maatregel hevig verontwaardigd, en dit is begrijpelijk: het gevolg er van zou zijn, dat de invoer van overzeesche artikelen uit de Kaapkolonie anders dan langs den spoorweg Kaapstad— °emfontein Johannesburg onmogelijk werd, en dat die weg feitelijk onbruikbaar zou kunnen worden gemaakt door de tarieven op het traject van de Vaal naar Johannesburg. Een allerbedroevendst vooruitzicht voor de zeehavens der Kaapkolonie! Het Kaapsche ministerie meende de rechtmatigheid van deze proclamatie te kunnen betwisten op grond van artikel XIII der Londensche conventie, luidend, dat de invoer in de Zuid-Afrikaansche republiek van eenig artikel uit eenig deel van de landen der Britsche kroon niet mocht verboden worden, tenzij dit verbod zich ook uitstrekte tot den invoer van datzelfde artikel uit een andere plaats of land. Sir Hercules Ilobinson liet dit gevoelen van het Kaapsche ministerie ter kennis van president Krüger brengen, doch er volgde geen antwoord, en den 1™ October trad de proclamatie in wer ing. ISu wendde zich het ministerie om hulp tot het departement van kolomen te Londen, en het vond hier ook gehoor: zelfs nog voordat de kroonjunsten een advies hadden uitgebracht over de vraag of de proclamatie in strijd was met de Londensche conventie, verkreeg Chamberlain, dat lord Salisbury aan den consul-generaal der ZuidAfnkaansche republiek te Londen, Montagu White, liet aanzeggen, dat, indien het geschil over de driften niet werd geregeld overeenomstig de wenschen der Kaapsche regeering, het Britsche ministerie zou genoodzaakt zijn de zaak in handen te nemen en dan niet zou

aflaten, alvorens een bevredigende oplossing verkregen zou zijn. Entoen

men te Pretoria geen ongelijk erkende en van Kaapstad uit de aandrang bij Chainberlain op doortasten bleef aanhouden, werd te Londen besloten zoo noodig wapengeweld te gebruiken. Den 1<"> November machtigde Chamberlain telegraphisch den hoogen commissaris, Hercules Ilobinson, aan de regeering te Pretoria een boodschap te zenden, die een ultimatum heeten kon; maar die machtiging verbond de Britsche minister aan een paar voorwaarden: de regeering te Kaapstad moest zich verbinden, dat de kolonie de helft der eventueele krijgskosten zou dragen en ook een behoorlijk contingent troepen zou leverendaarenboven moest zekerheid worden verkregen, dat het Kaapsche parlement de politiek, die tot het gebruik van wapenen zou kunnen leiden, zou blijven steunen, ook al mocht eenige verandering in het Kaapsche ministerie plaats hebben. Alle leden van het Kaap-

Sluiten