Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzien van Salisbury»* opening was er verschil van meening in den ministerraad, doch de meerderheid besloot, tegen den sterken aandrang van den Franschen gezant te Londen en waarschijnlijk ook tegen het gevoelen van Berthelot, den minister van buitenlandsche zaken met in te gaan op de aanbieding van den Engelschen premier die' naar verluidt, zou hebben voorgesteld, dat, in een brief aan den' Franschen minister, de Britsche regeering zich opnieuw zou verbinden tot het ontruimen van Egypte, zoodra de orde daar zou hersteld zijn en bovendien beloven, dat het Engelsche leger niet verder zou' voortrukken dan tot Khartoem, zonder vooraf met Frankrijk in onderhandeling te zijn getreden.

££££ W1 Ter""ijI fle F7"sche "K"8™* ™werking met het Duitsche rijk Marchand. en overleg omtrent de Nijllanden met Engeland afwees, nam

zij echter maatregelen om zich zelf te helpen in het Nijlgebied. De pannen, die m 1891, reeds waren gekoesterd, nu weer opvattend, besloot zij met meer kracht de uitbreiding der Fransche invloedssfeer van de Oebangi naar den Nijl te ondernemen, opdat de Franschen daar eerder zouden z.jn dan de Engelschen. Zij had daarbij no? niet het oog op een Engelsch-Egyptisch leger, dat van Egypte zuidwaarts zou voortdnngen, maar op eene expeditie die, naar het gerucht eins ondernomen zou worden van Britsch Oost-Afrika uit, onder kolonel' ci vi e. eze werd althans met name genoemd in de instructies, door het Iransche ministerie opgesteld voor kapitein Marchand, die reeds m eptember 189o een plan had ontworpen voor eene zending, welke den Franschen invloed tot den Nijl zou uitbreiden en die zich zelf voor de uitvoering van dat ontwerp aangeboden had. De regeeriug aanvaardde thans zijne diensten, zijne instructies werden den 24ea Februari 1896 geteekend. Het gold niet een groeten krijgstocht; slechts met en diietal compagmeen Afnkaansche soldaten werd de militaire macht aan de Boveu-Oebangi versterkt; maar hierdoor moest Marchand worden m staat gesteld, om de uiterst bezwaarlijke expeditie te ondernemen door Bahr-el-Gazal naar den Nijl, waar het feit van zijne aankomst en van het p anten der Fransche vlag aanspraken van Frankrijk zou vestigen, op dezelfde wijze als dit gesel,iedde in andere deelen van Afuka waarop Europeesche mogendheden nog geen rechten bezaten.

n zulke rechten — dit juist was het standpunt, dat Frankrijk tegenop Engeland innam — bestonden daar nog niet, of het moesten rechten zijn van den sultan van Turkije als suzerein van Egypte.

Sluiten