Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HetPransche Het ministerie-Bourgeois beleefde dit voorloopig succes der EngelschMéHn"6 expeditie niet meer: zooals reeds vroeger is verhaald, was

Hanotaux liet voor de vijandschap van den Senaat geweken en in het eind van mSrvan Apnl afgetreden> nan het nieuwe kabinet, door Méline gevormd, een buitenland- netelige positie tegenover Engeland in Afrika nalatend. In dat nieuwe kabinet was het fiepartement van buitenlandsche zaken opnieuw toevertrouw d aan Hanotaux, die dus na een intermezzo van een halfjaar zijn arbeid hervatten kon, maar de verhoudingen in Afrika geenszins onveranderd terugvond. Wel ongewijzigd waren de moeilijkheden over de wederzijdsche rechten in den Nigerboog, want de geopende besprekingen, krachtens de overeenkomst van Januari 1896, bleken ten eenenmale ijdel; ook was Engeland even onwillig als vroeger gebleven om in Tunis aan de wenschen van Frankrijk tegemoet te komen; maar op Madagascar waren tengevolge der halfslachtige positie, die Berthelot geschapen had, nieuwe geschilpunten opgerezen; door het besluit tot de expeditie van Marchand was eene onderneming in het werk gesteld, die voor de toekomst scherpe wrijving met Engeland liet voorzien; door de weigering van Salisbury's aanbod om over de Nijlkwestie in overleg en schikking te treden, door de houding, welke het ministerieBourgeois vervolgens tegenover den Britschen opmarsch naar Dongola had aangenomen, waren de betrekkingen tusschen Londen en Parijs nog slechter geworden, en eindelijk had de afwijzing der poging van het Duitsche rijk, 0111 in Afrika met Frankrijk tot samenwerking te komen, de regeering te Berlijn opnieuw naar Engeland's zijde gedreven. Hervatting Onder zulke omstandigheden lag in de hervatting eener krachtige ttg^kotoiaie kolonlale staatkunde van de Eransche regeering, zooals Hanotaux die staatkunde vroeger gedreven had, ongetwijfeld meer dan ooit een ernstig gevaar rjj£TQevaar- voor eeu botsiug met Engeland, te meer nog omdat te Londen, in het lijke omstan- derde kabinet-Salisbury, het imperialisme van Chamberlain, dat van geen schikken of plooien weten wilde en de natie meer en meer doordrong, tegenover de meer bezadigde richting van den ouden, ervaren leider der regeering gedurig aan kracht won.

Er waren trouwens in de verhoudingen der groote mogendheden andere bedenkelijke moeilijkheden (waarover weldra nader zal gesproken worden), die ernstige bezorgdheid over de voortduring van den vrede m de naaste toekomst rechtvaardigden: de oude Oostersche kwestie liet zich opnieuw dreigend aanzien, zoowel door de gebeurtenissen op Kreta en in Armenië, als door den verscherpten economischen

Sluiten