Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die er op gelegen hadden waren weggenomen, was Frankrijk er waarlijk meester, thans ook eerst kon er een aanvang mee gemaakt worden, om te Bizerta een groote oorlogshaven te scheppen.

In dezelfde maand, waarin de Britsche regeering haar tegenstand in De beslissing

Tunis opgaf, liet zij door haar nieuwen gezant te Parijs, Edmund Nigerianden

Monson, aan den 1'ranschen minister van buitenlandsche zaken haar Nieuwe toe-

verlangen te kennen geven tot hervatting der besprekingen over een na^er*n®

i- t_ , .... , . , 7., het Duitsehe

grensregeling m het INigergebied, die sinds Juni 1896 hadden stil rjjk. Het

gestaan, omdat toenmaals de afstand tusschen de eischen van weerszijden Engeischte groot gebleken was, om hoop op een vergelijk te laten. Sedert dien verdrag van tijd had de feitelijke toestand in gindsche streken aanmerkelijke ver-14 Junl 189S' andering ondergaan, want nadat de onderhandelingen waren gaan stokken, hadden eerst de Engelschen, dan spoedig ook de Franschen, hunne expedities hervat, om van de betwiste gebieden zooveel mogelijk te bezetten en zoodoende betere titels te verwerven dan de verdragen met inlandsche vorsten, de stukken waarmee zij in de conferenties het vruchteloos geding hadden gevoerd. Bij dezen wedstrijd, waaraan de derde belanghebbende, het Duitsehe rijk, slechts weinig deelnam, behielden de Franschen zeer beslist de overhand. In 1897 werkten verschillende kleine kolonnes der Franschen met zooveel succes in den Nigerboog, dat nagenoeg in alle landen, die bij de onderhandelingen in het voorjaar van 1896 de Engelschen voor zich hadden opgeëischt, hun protectoraat werd gevestigd, terwijl de Engelsche Niger-compagnie,

belemmerd door een ernstigen opstand in haar gebied, bitter weinig uitkomsten bereikte. Hiermee ging een diplomatiek succes gepaard:

het Duitsehe rijk trok zich uit den wedkamp terug en sloot eene overeenkomst met Frankrijk. Onderhandelingen, in het voorjaar van 1897 aangeknoopt, werden met meer nadruk voortgezet, nadat Hohenlohe,

de Duitsehe rijkskanselier, in April een bezoek had gebracht aan Parijs, dat gelegenheid bood tot een onderhoud met Hanotaux. Er zullen hierbij ook wel andere aangelegenheden ter sprake zijn gekomen dan die van het Nigergebicd, doch dienaangaande is niets bekend geworden.

In ieder geval kwam er thans schot in de besprekingen, die den 2Sen Juli uitliepen op een verdrag, waarbij voor het Duitsehe Togo een grens aan de noordzijde werd vastgesteld, die ongeveer samenviel met de elfde parallel en door wederzijdsche commissarissen nader zou worden afgebakend.

Het was een gewensclite uitkomst voor de Fransche diplomatie, nog

Sluiten