Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«aaivan ue rranscue regeering samenwerking in dezen geest kon verwachten, en dit was Abessynië. Inderdaad hadden zich aan die zijde de omstandigheden gunstig laten aanzien.

. k"T MT'il had trel7" Maar' 1895

van het kabi- e" ou verf'fag van handel en vriendschap, dateerend van 1843, te

ntb^lnniein Vernieuwen.en aan te vullen. Men had toenmaals, misschien om'de

Hunne mis- Italianen "iet te verbitteren, geen haast gemaakt, om hierop in te lukking. gaan; maar na het optreden van het kabinet-Me'line werd het anders, hoewel de vrede tusschen Abessynië en Italië toen nog niet was gesloten. Den 3en Juni 1896 schreef de president der Fransche republiek een brief aan keizer Menelik, waarin hij diens voorstellen van Maart 1895 aannam, onder voorbehoud dat verschillende detailpunten door wederzijdsche commissarissen nader zouden worden besproken. Menelik gaf eind Augustus een toestemmend antwoord en hierop werd van Fransche zijde Lagarde, de gouverneur van Dsjiboeti, aangewezen als onderhandelaar. Het was echter niet alleen te doen om het bedoelde verdrag of om een overeenkomst betreffende de concessie voor een spoorweg in Harrar, door Menelik reeds in 1891 toegezegd, maar de instructies van Lagarde spraken ook van gansch andere dingen: hij ïad een expeditie voor te bereiden, die de gebieden van de Sobat en den rechteroever van den Nijl zou onderzoeken en moest van Menelik vergunning verwerven voor den doortocht door diens gebied, en daarenoven overleg plegen met den Negus over samenwerking van Frankrijk en Abessyme aan den Boven-Nijl. Natuurlijk werd niet het zenden van een Fransch-Abessynisohe krijgsmacht beoogd, maar het te weeg brengen van maatregelen, waardoor Frankrijk zich krachtiger zou kunnen doen gelden, als het oogenblik van onderhandelen met Engeland zou slaan. Daartoe werd te Parijs vooral wenschelijk geacht, dat Menelik bewogen werd, zijne aanspraken te doen gelden op den rechter-Nijloever; verder om door de wetenschappelijke expedities eene verbinding tot stand te brengen met Fasjoda, waar te zijner tijd Marchand met zijne mannen zou aankomen. Het verhaal zou te uitvoerig worden, indien het de geschiedenis dezer pogingen in den breede wilde geven' Aanvankelijk liet alles zich gunstig aanzien; de verdragen kwamen tot stand, Menelik ging ook op de andere plannen in, eene Engelsche zending, die ten doel had, de Fransche plannen te doorkruisen en Menelik te bewegen tot een regeling van de grens naar de zijde van den Nijl, kon haar oogmerk niet bereiken. Toch liep ten slotte alles op teleur-

Sluiten