Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereik T T ! ^ t0t " ^ hij de Srens vaQ D^er

in li anSC'le re=eennS verbi»dt zich geen gebied noch politieken

invloed te .erwerven ten oosten van deze begrenzing, de Engelsche doet hetzelfde ten aanzien van wat er ten westen van gelegen is

Dat was het einde van den strijd om het Nijldal, een einde waarbijde zege beslist gebleven was aan de Engelschen, al trachtte Delcassé ook te verbloemen. Het Engelsch imperialisme ging te gast aan die verwinning m overmoedige taal, waarvan minister Clmmberlain reeds

, ,hCt V°°rbeeld h3d geg6Ven' toeu hiJ de noodkel.jkheid bepleit had van krachtige wapening, om „een naburige

Fn^l r n 8 er Wel "aar is' 0m de veront«aardiging van het ngelsche volk op te wekken", in toom te houden. Het bewustzijn van

kracht van het ontzag, dat hierdoor aan andere volken werd inge-

werdT / ♦ er, 1,n]h00ge mate door versterkt- Bij zulk eene stemming • i l , ! °ng uldlger verdrag™, dat in een ander deel van Afrika m het Zuiden een handvol boeren zich tegen den wil van Chamberlain lens geestverwanten bleven verzetten; en nu in Soedan Frankrijk tot wyken was gedwongen, werd het meer dan tijd ook de boeren van de Zuid-Afnkaansche republiek tot rede te brengen.

.«"ÏÏX hiin»1"'8 de gi"S het ^ taS>Ch»

tussohen Brit ,J onverpoosd voort, maar reeds bij de eerste ernstige sedachten-

Chamber- 217l ™ vriJbuitersonder«g was ten duidelijkste aan het

lain's econo- cnt Sekom™, dat op overeenstemming tusschen minister Chamberlain

mri0anire" T Presiden^rüger niet te hopen was. De Britsche minister dacht er geen oogenbhk aan, zijne politiek in Zuid-Afrika te wijzigen wegens e misdaad, die door Britsche onderdanen tegen de Zuid-Afrikaansche republiek was gepleegd; integendeel zijn begeerte om van de regeering te Pretoria concessies tegenover de Uitlanders te verkrijgen, werd er te sterker door; zoo groot zelfs was zijn drift, dat hij slechts weinige dagen, nadat de inval was mislukt en terwijl de hooge commissaris, Hercules obmson, te Pretoria vertoefde om hier verzoenend te werken, dezen opdroeg ij de Zuid-Afnkaansche regeering krachtig aan te dringen, dat zij aan de wenschen der Uitlanders tegemoet komen en hun aandeel in het bestuur van het land verleenen zou. Aan die opdracht gaf Kobinson geen gehoor; hij wees er den minister op, dat de tijd en de omstandigeden toch waarlijk te ongeschikt waren om thans zulk een stap te doen, en stellig had hij hierin gelijk. Maar toch is die driftige haast van

Sluiten