Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te antwoorden, dat een brief onderweg was, waarin de Britsche regeering het denkbeeld van een onderhoud met Krüger had geopperd, in de hoop dat — en dan volgden de hierboven aangehaalde woorden uit den brief; dat hij het beter zou achten de conferentie te houden te Kaapstad of te Iretoria, maar dat hij toch bereid was naar Bloemfontein te komen.

Krüger kreeg van dit antwoord weer mededeeling, en hoewel hij er niet mee ingenomen was, bleef hij, zoo seinde hij, tot de samenkomst te Bloemfontein bereid en zou hij gaarne ieder voorstel bespreken, dat tot eene goede verstandhouding tusschen de Republiek en Engeland en tot handhaving van den vrede in Zuid-Afrika strekken kon, mits de onafhankelijkheid van de Republiek niet werd aangetast. Zoo hield hij zich op het oude standpunt: geen inmenging in de binnenlandsche zaken der Republiek, die onafhankelijk is, wel vriendschappelijke bespreking.

Van 31 Mei—5 Juni hebben Krüger en Milner in de hoofdstad van Ontmoeting Oranje ^ rijstaat geconfereerd, waarbij Fischer, lid van den Uitvoeren- van Bloemden Raad van dien staat, als tolk dienst deed; op den laatsten dag zonde^ucc^ nam men afscheid zonder tot overeenstemming te zijn gekomen. Het eemge punt, dat uitvoerig werd besproken — dit was de wensch en de taktiek van Milner — was het stemrecht: hij stelde voor, dat het volle stemrecht zou gegeven worden aan iederen vreemdeling, die vijf jaar gewoond had in de Republiek, zijn voornemen te kennen gaf om er te blijven wonen en den eed aflegde, dat hij aan de wetten gehoorzamen, alle plichten van het burgerschap vervullen en de onafhankelijkheid van het land verdedigen zou. Indien men er op let, dat de bedoeling niet was, deze bepalingen alleen voor nieuwe inkomelingen te doen gelden maar voor allen, die in de Republiek gevestigd waren,

zal men begrijpen, dat in het oog van Krüger dit voorstel geheel onaannemelijk was. Van zijn kant kwam hij echter met een ontwerp, dat hij aan den Volksraad wilde voorleggen: het stelde voor nieuwe immigranten, die aan zekere eischen van welstand voldeden, de gelegenheid open, om na zeven jaar het volle stemrecht te verkrijgen: ten aanzien van personen, die vóór 1S90 zich in de Republiek hadden gevestigd,

werd die termijn gebracht op twee en een half, voor hen, die er minstens twee jaar woonden, op vijf jaar; de eed werd gelijk gemaakt aan dien in Oranje rijstaat en door verandering der verdeeling van de zetels eene uitbreiding van het aantal der vertegenwoordigers van den Rand verkregen. Krüger gaf daarbij te verstaan, dat de aanneming van zulk een ontwerp door den ^ olksraad niet was te verwachten, tenzij

Sluiten