Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Britsche regeering tot richtsnoer van haar politiek waren genomen. Thans helde zij er blijkbaar toe over, die op te geven, zij het noodgedrongen. Reeds in April 1898 teekende de kamer van koophandel te Manchester hiertegen krachtig protest aan bij lord Salisbury; zij wees er op, welke groote belangen zij vertegenwoordigde, om dan aldus voort te gaan: „wij dringen met nadruk aan op de handhaving der rechten, die de oude verdragen ons in China verworven hebben. Zonder uitstel moet men onder de groote naties, die op China handel drijven, diegene uitzoeken, die met ons kunnen samengaan tot handhaving van de politiek der open deur." Doch het ministerie-Salisbury had de handen niet vrij: het was bezet met de Nijlkwestie, en Manchester's roep bleef onverhoord. Nieuw protest in Februari 1899, en naar het scheen kreeg het thans eenige voldoening door het tractaat, dat in April 1899 met Rusland gesloten werd (blz. 415). Weliswaar bezegelde dit eenerzijds het svsteem der invloedssferen, doch alleen ten aanzien van den aanleg van spoorwegen, en aan den anderen kant verklaarde art. 111 van dit verdrag, dat de beide contracteerende partijen volstrekt niet begeerden inbreuk te maken op de souvereiue rechten van China en op de bestaande tractaten. Welnu, dat was immers wat Manchester verlangde. Toch was het niet tevreden, het bleef aandringen op de handhaving van de open deur in gansch China, en het had er inderdaad reden toe; want Rusland ging, uit kracht van wat China in 1898 had toegestaan, zich nestelen in Mandsjoerije: het liet militair de voornaamste punten bezetten, waarlangs het de Mandsjoerijsche spoorwegen zou bouwen en de gebieden om Port-Arthur en Talienwan; het sloot PortArthur voor vreemde schepen en beloofde wel, spoedig te Dalny een vrijhaven te openen, maar voorloopig was die haven er niet, zij moest nog worden aangelegd. Spoedig echter werd het nog erger. De opstand van de Boksers had zich ook naar Mandsjoerije uitgebreid, daar werden de loodsen van de spoorwegen, de bergplaatsen van materiaal aangevallen en deels verwoest, het personeel mishandeld of gedood, het land tot aan de grenzen van Siberië in beroering gebracht. De Russische regeering draalde niet met krachtige maatregelen; terwijl Russische troepen met de internationale legermacht samenwerkten tusschen Takoe en Peking, zond zij drie legercorpsen naar Mandsjoerije, die daar uiterst hardhandig te werk gingen, maar dan ook het gansche gebied in korten tijd tot onderwerping brachten; in den zomer van 1900 waren de Russische troepen meester van Mandsjoerije. Toen nu in Augustus van

Sluiten