Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king om Rusland tot ontruiming van Mandsjoerije te bewegen: de overeenkomst van 16 October 1900, zoo verklaarde de toenmalige kanselier Yon Bülow, sprak van China, waaronder de 18 provinciën te verstaan waren, maar niet van de overige deelen van het Chineesche rijk; op Mandsjoerije had zij geen betrekking! Het was inderdaad eene vernuftige uitlegging, welker verdienste men echter in Engeland slecht kon waardeeren.

Meer genoegen beleefde de Engelsche regeering van den anderen Het Hayvriend, van de Vereenigde Staten. Van hare zijde trouwens toonde zij Pauneefote

. . . verdrag van

zich uitermate tegemoetkomende in eene aangelegenheid, die den Amen- Engeland

kaanschen staatslieden zeer ter harte ging, en men heeft deze houding met de Ver

. Staten.

ook wel in verband gebracht met Engeland's behoefte aan steun in Oost-Azië. Het betrof de vervanging van het Clayton-Bulwer tractaat van 1850 betreffende een Midden-Amerikaansch kanaal door een nieuwe overeenkomst. Op zulk eeu kanaal bleef de aandacht van velen in de Unie gevestigd (blz. 461), ook van de regeering; in zijne boodschap aan het Congres van 6 December 1897 had president Mac Kiuley er nadruk op gelegd, van hoe groot gewicht het tot stand brengen van het Nicaragua-kanaal — want hiervan sprak men toen alleen in de Vereenigde Staten — voor het rijk zou zijn; een jaar later, den oen December 1898, toen de oorlog met Spanje gevoerd was, wees hij er op, dat thans zulk een kanaal meer dan ooit onmisbaar was voor de nauwe en snelle verbinding tusschen de Oost- en de Westkust, nu de Hawaï-eilanden waren geannexeerd en eene groote uitbreiding van den invloed en den handel der Yereenigde Staten in den Stillen Oceaan in het vooruitzicht was, en hij voegde er aan toe, dat hun politiek nu ook meer dan ooit gebiedend eischte, dat zij zulk een kanaal onder hun gezag hadden. Maar aan de vervulling van dien wensch stond juist, zooals men zich herinnert, het Clayton-Bulwer verdrag in den weg, want dit sloot juist een uitsluitend gezag van de Unie of van Engeland over een eventueel Midden-Amerikaansch kanaal uit. Sinds dien tijd was herhaaldelijk de wenschelijkheid gevoeld om van den band van dit verdrag bevrijd te worden, een paar maal was zelfs betoogd, dat men er niet aan gebonden was, maar nog in 1896 had Olney, de minister voor buitenlandsche zaken, uiteengezet, dat het bindende kracht had. Toch werd de behoefte om er van ontslagen te worden levendig gevoeld, vooral na den oorlog met Spanje. En zie,

toen Hay, die onder Mac Kinley de leiding der buitenlandsche zaken

Sluiten