Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te handhaven; na de volledige ontruiming door de Russen zal China zijne troepen mogen verminderen of vermeerderen naar eigen goedvinden, maar van elke vermindering of vermeerdering zal het kennis geven aan de Russische regeering; Rusland zal de lijn Sjan-Haï-Kwan— Nioe-tsjwang—Sin-min-ting, die het sinds September 1900 door Russische troepen heeft laten bezetten, teruggeven, mits China die lijn voldoende beschermt en strikt naleeft de bepalingen, die daaromtrent in 1898 en 1899 gemaakt zijn; geen verdere uitbreiding van den spoorweg in Zuid-Mandsjoerije, geen aanleg van zijlijnen, geen bouw van een brug over de Liao, geen verplaatsing van het tegenwoordige station van den spoorweg Sjan-Haï-Kwan, mag geschieden voordat de Chineesche en de Russische regeering hierover tot overeenstemming zijn gekomen. Rusland zal eene nader te bepalen schadevergoeding krijgen voor de kosten, die het gemaakt heeft voor de herstelling en exploitatie van den Mandsjoerijschen spoorweg gedurende de troebelen.

Inderdaad, Engeland en Japan — en ook de Yereenigde Staten — konden tevreden zijn, indien dit verdrag werd uitgevoerd. Zou dat werkelijk gebeuren? Dat moest worden afgewacht, de eerste termijn van ontruiming zou eerst vervallen na een half jaar. Doch in ieder geval was Rusland niet geslaagd in zijn streven, om van de Chineesche regeering een overeenkomst te verkrijgen, waardoor het in Mandsjoerije meester zou zijn geworden; krachtens het thans gesloten tractaat zou het worden teruggebracht tot dezelfde positie, die het had ingenomen vóór den opstand der Boksers.

Indien deze uitkomst althans voor een deel ook mocht worden toegeschreven aan het Britsch-Japansch verbond, had het al dadelijk voor beide mogendheden beantwoord aan een nadrukkelijk uitgesproken oogmerk : de handhaving der integriteit van China en der open deur. Maar bovendien beloofde het ook voor de toekomst aan beide partijen belangrijke voordeelen. Voor Japan, dat reeds uit het bondgenootschap met zulk een aanzienlijk rijk als het Britsche een verhooging van aanzien putte, waarvoor het nationaal bewustzijn geenszins ongevoelig was, lag het voordeel der alliantie vooral in hetgeen over Korea bepaald werd. Zeker, ook voor dit rijk werden diezelfde beginselen van integriteit en open deur vastgesteld als voor China, maar uitdrukkelijk erkende het verdrag tevens, dat Japan hier bizondere politieke en oeconomische belangen had, die, zoo zij bedreigd werden, door de vereischte maatregelen mochten worden beschermd. Tegenover neigingen

Sluiten