Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat was een bittere pil voor Abcloel Hamid! En hoelang zou bij dat actieve optreden de samenwerking van Oostenrijk en Rusland kunnen worden gehandhaafd? — een vraag voor de regeering van den Tsaar niet zonder bedenking! Maar toch was de eerste beteekenis van de Overeenkomst van Miirzsteg voorloopig deze, dat daarmee de conserveerende entente van 1897, die zich op het beginsel van de integriteit van het Turksche rijk gegrondvest had (zie Dl. III blz. 503), hersteld was en daarmee voor de zooveelste maal het pogen der Engelschen, om de Oostersche kwestie weer te doen ontvlammen, mislukt. En onder de gegeven omstandigheden was dat voor Rusland het belangrijkste.

Elders in dit deel is reeds uiteengezet, hoe langzamerhand de nieuwe Het Oostaziaverhoudingen in het Verre Oosten tot een conflict leidden. Al langtlsoh Conflietnam het Britsche rijk er niet meer de voornaamste economische positie in en sedert de gebeurtenissen van 1895 had het er ook een groot deel van z'n politieken invloed ingeboet. Rusland, Japan en de Vereenigde Staten waren bezig de toekomstige belieerschers van den Stillen Oceaan te worden. In 1901 en 1902, blijkbaar eraan wanhopende ooit weer in dit gedeelte van de wereld de oude suprematie te zullen herkrijgen, hadden de Britten zich verbonden met de laatste twee, tegen Rusland. Want in de aaneengesloten Aziatische macht van het Tsarenrijk zagen zij voor zich een direkt gevaar, ook in andere deelen van Azië: in Indië en aan de Perzische Golf. Stellig zit overdrijving in de Russenvrees, waarvan toen ter tijde menigeen in West- en MiddenEuropa vervuld was: de gebeurtenissen van 1904 en '05 alsook het verloop van den Wereldoorlog hebben dit voldingend bewezen. Maar men vergete niet, dat in de geschiedenis van Rusland imponderabilia altijd sterk meegewerkt hebben. De aantrekkingskracht, die op Aziaten,

en vooral op de Mongolen, wordt uitgeoefend door het slechts lialfEuropeesehe Rijk van het Noorden, de sterk religieuze tint ervan in tal van zijn verschijningsvormen, dat waren althans in het begin van de 20ste eeuw onberekenbare faktoren, waarvan niemand nog zeggen kon, hoe sterk die zouden blijken. Het staat wel vast — ofschoon men van den aard en den omvang ervan slecht op de hoogte is, — dat er betrekkingen bestonden tusschen den Tsaar en den geheimzinnigen Thibetaanschen Dalaï-Lama te Lhassa (1900 en 1901). Dat was gegaan door middel van den Giton-Lama te Oerga in Mongolië, een soort plaatsvervanger van dien Thibetaanschen paus en zelf een incarnatie van den Boeddha, en de Mongoolsche en Boeddhistische Boeriaten van

Sluiten