Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getreden (1 Juli 1902), een belofte, die trouwens ook trapsgewijs in

DKe^iutLT'TrIU,Hng is ^aan ')• Maar er was eVu gebied, waar de groote Republiek zich de weelde van zulk een soberder politiek niet veroorloven kon, omdat daar haar toegang tot de nieuwe wereldzee komen zou: op den Isthmus van Panama. Zoodra de kanaalkwestie ten hoogste urgent was geworden door de afsluiting van het Hay-Pauncefote Verdrag (zie blz. 473 v.), bood de Fransche Panama-Compagnie haar eigendommen en rechten de Unie aan voor 109 millioen dollars. Toen begon echter opnieuw het werken der Nicaragua-mannen, gedeeltelijk uit eerlijke overtuiging, de kosten vaneen Nicaragua-kanaal werden op 1S9, die van het Panama-kanaal op 144 millioen dollars begroot, behalve 'nog de bovengenoemde koopsom — gedeeltelijk beïnvloed door de zeer machtige spoorwegtrust, die niets van een interoceanisch kanaal hebben moest. Toen zij inzag, dat het niet lukken zou, ging de Fransche Compagnie omlaag tot op een bedrag van 40 millioen. Nu accepteerde de regeering te Washington, ofschoon nog gebonden door een Senaatsmotie: dat alsnog door Nicaragua moest worden gegraven, wanneer van de Republiek Columbia niet een kanaalzone te verkrijgen zou zijn, waarover de Amerikanen de beschikking zouden hebben (4 Januari 1902). Inderdaad kwam nog diezelfde maand in dien geest tusschen de ereenigde Staten en Columbia een Hay-Herran overeenkomst tot stand: voor 10 millioen dollars in eens en 250.000 jaarlijks zou de kanaalzone worden afgestaan. Maar .... die overeenkomst werd verworpen op 12 Augustus 1902 door het Columbiaansch Congres en toen speelde het stuk, dat in de geschiedenis bekend is onder den naam van „Panama-revolutie". De heer Amador Guerrero, Panamees, kwam naar Washington oin daar besprekingen te hebben o. a. met den minister van buitenlandsche zaken Hay en het resultaat daarvan bleek in November daaraanvolgende. Als het scherm niet gauw genoeg opgaat, wordt er 3 November een Amerikaansch telegram gezonden aan dé consuls der Yereenigde Staten te Panama en te Colon: „Uprising

*) Terecht is door Dr. Te Lintum in liet laatste hoofdstuk van zijn boek, „De Geschiedenis van het Amerikaansche Volk" op deze strekking van de Amerikaansche politiek groote nadruk gelegd. Intusschen is niet duidelijk, waarom in dat verband zoo emphatisch moest worden gewezen op de „dwalingen" van blz. 495 van dit boek. Dr. Te Lintum bedoelt toch niet de Amerikanen voor te stellen als... philantropen? Ook hij veronderstelt, dat zij de Philippijnen als vlootstation enz. wel altijd willen houden „onder de vleugelen der Unie."

Sluiten