Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politiek? Den 21"ten Mei reeds liad de heer Nisard, Fransch gezant op het Vaticaan, zijn standplaats verlaten.

Toch was dit nog geen breuk; een zaakgelastigde bleef nog voorloopig en ook de nuntius. De breuk kwam over iets ernstigers en wat Breuk tu»door Frankrijk kon worden opgevat als een inbreuk op het Concordaat. sohen FraQk> Zooals men weet, had dit de benoeming der bisschoppen uitdrukkelijk paUs. (1004.) aan den staat gebracht en nu is er reeds opgemerkt, dat onder de Fransche bisschoppen ook sommige waren van vrijzinniger denkwijze.

Daaronder waren het vooral de bisschoppen van f-aval en Dijon,

Geay en Le Nordez, die te kampen hadden gekregen met de felste tegenwerking, zelfs laster van fanatiek-roomsche zijde. Herhaaldelijk had men hen opontboden naar Rome; de Fransche regeering had hen echter uitdrukkelijk gelast, hun diocese niet te verlaten; toen werd er pressie op hen uitgeoefend zich uit hun ambt terug te trekken en eindelijk in Mei en Juli 1904 zond Kardinaal Vanutelli hun namens de Heilige Inquisitie het ultimatum, naar Rome te komen of zich anders te beschouwen als ontslagen. Maar dat beschouwde Combes als inbreuk op het Concordaat en zonder dit officieel op te zeggen hief hij het Fransche gezantschap aan het Yaticaan op en nu trok zich ook de nuntius terug uit Parijs. Inmiddels, zooals altijd in dergelijke conflicten,

zijn de twee betreffende prelaten toch moeten eindigen hun ontslag te nemen en nederig hun vergiffenis af te smeeken.

Inderdaad, men kan niet ontkennen, dat de „democratische" mi-sociale en ministeries-Waldeck Rousseau en Combes resultaten hadden bereikt. Te1"®116 wetton minder, omdat zij hun werkzaamheden ook hadden uitgestrekt over oratisohe miander gebied dan dat van Kerk-en-Staat. Millerand had direkt in 1899 nisterieBflink aangepakt, dat had men van socialistische zijde moeten toegeven,

hoeveel verwarring zijn samengaan met den „Commune-moordenaar",

den minister van oorlog Gallifet, ook verwekt had in de rijen der toch al zoo jammerlijk verdeelde socialistische groepen. Het voor de toekomst der Fransche arbeidersbeweging belangrijkste resultaat van zijn ministeriëele werkzaamheid was zeker wel, dat hij in de Wet op de Vereenigingen van 1901 het vakvereenigingswezen, altijd nog bemoeilijkt door beperkende bepalingen, op breederen grondslag wist te stellen dan die van de wet van 1884. Maar ook de wet op den tienurigen arbeidsdag voor vrouwen en kinderen en tevens — om chicanes te voorkomen,

zooals die van de wet van 1892 nog veelal het gevolg waren geweest (Dl. III 288) — voor de met haar samenwerkende mannen in gemengde

Sluiten