Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar op het slot Friedrichshof in den Taunus en bezocht Haldane de Duitsche regeeringspersonen te Berlijn. Om een bewijs te geven van goede gezindheid hadden deze laatsten den Britschen minister van oorlog vergund zich op de hoogte te stellen van alle mogelijke gegevens, het Duitsche leger betreffende. Daardoor, alsook door andere vriendelijkheden werd wederkeerig een atmosfeer van grootere vertrouwelijkheid geschapen.

^Natuurlijk wilde dit alles echter niet zeggen, dat men iets wezenlijks Toerustingen, wenschte prijs te geven van de onaantastbare stelling van het Britsche rijk zelve. In 1905 was het zwaartepunt der marine verlegd van de Middellandsche Zee naar de Noordzee en in hetzelfde jaar was een nieuw soort slagschip, bijna uitsluitend met zwaar geschut bewapend, —

de slag bij Tsjoesjitna scheen te hebben bewezen, dat in den toekomstigen zeeoorlog de overwinning aan den bezitter van het zwaarste geschut zou zijn — de befaamde „Dreadnought", op stapel gezet. Op dien weg ging het Ministerie Campbell-Bannerman door: Lord Haldane werkte met de veldmaarschalken French en Nicholson een plan uit,

volgens hetwelk ook Engelands leger, als het noodig was, althans eenigermate zijn gewicht in de schaal kon werpen. In geval van oorlog zou de eventueele bondgenoot worden bijgestaan door een wel klein, maar snel te mobiliseeren, uitstekend toegerust expeditie-leger, dat in ieder geval bijna twee keer zoo groot zou zijn als in 1905. "Vier tot zes infanteriedivisies zou het omvatten met bijbehoorende artillerie en cavalerie.

De oude „militia" en „yeomanrv", die dienst moesten doen voor de verdediging van Engeland zelf, schafte hij af en in plaats daarvan werden 14 „territoriale divisies gevormd, die hij zoo organiseerde, dat ze in geval van nood binnen korten tijd op dezelfde hoogte te brengen waren als het beroepsleger. Welke voorstelling men nu van de opgesomde feiten wil geven, welke waarde vooral toekennen aan het feit, dat het Ministerie Campbell-Bannerman woorden sprekende van vrede, zich wapende tot de tanden, voorloopig was het in elk geval voor de liberale regeermannen iets noodzakelijks, dat in de eerstvolgende jaren de gecompliceerde moeilijkheden, die zij binnenslands ondervonden bij het leiden van hun groote maar weinig homogene slagorden, niet nog verzwaard werden door buitenlandsche verwikkelingen. Zoo was tenminste een voorwaarde voor een stevigen demokratischen strijd in Groot-Brittannië vervuld en dat zou weer gunstig hebben kunnen werken op de demokratieën van het Europeesche vasteland.

Sluiten