Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenden. Er werd gevochten. In sommige regimenten (van het 17d«

infanterie-regiment zelfs 6 compagnieën) weigerden de soldaten

jongens uit de streek - den dienst. De politiek bemoeide zich met de zaak, in dit geval die der rechterzijde. In het buitenland beschouwde men een en ander philosofisch als een symptoom van Frankrijks ondergang in anarchie. In werkelijkheid was het slechts een symptoom van Frankrijks eeuwige spontaniteit, die het land in andere oogenblikken ten goede zou komen. De beweging zelf - ook al herhaalde zij zich in 1911 in Champagne - ging spoedig te niet. Volgens sommigen na een onderhoud tusschen Albert en Clemenceau. De boer zou zich door den leepen ouden cynicus hebben laten beetnemen? In het algemeen echter moeten zulke onverwachte massa-acties tegenwoordig snel verloopen, omdat ze in den modernen staat toch hun doel niet meer kunnen bereiken.

Het eerste Het eerste Mimsterie-Briand, dat opgetreden was na een scandaleuze Briand6' PersoonIijke herrie tusschen Clemenceau en Delcassé, was al weer een (1007—1911) stapje verder op den conservatieven weg als de vorige kabinetten. Van dezen premier was de formuleering „politique de détente et d'apaise-

ment" en ofschoon hij na de verkiezingen van Mei 1910 die

een kleinen achteruitgang voor de radicale groepen en een kleinen vooruitgang voor rechts en uiterst links gebracht hadden — verklaarde, van deze te willen voortschrijden naar een „politique d'actions et de réforme", bleek daarvan nog minder dan bij de vorige regeeringen. Trouwens dat was dan eigenlijk ook goed beschouwd reeds uit dat goede voornemen af te leiden geweest. De ouderdomsverzekering kreeg Briand aangenomen door den Senaat, maar dat was het eenige wat hij tot stand wist te brengen. Na een „algemeene" spoorwegstaking in November 1910, die mislukte omdat hij een gedeelte van het personeel had doen mobiliseeren en in soldatenpakje had laten dwingen onderkruiperswerk te verrichten, zegden hem zijn medewerkers Viviani en Millerand den dienst op en in Februari 1911 moest hij zelf aftreden, omdat in de Fransche Kamer nog eens het anticlericalisme ontwaakt was; slechts met zeer kleine minderheid had die zijn „verstandige en gematigde" politiek t. o. v. het geestelijk onderwijs goedgekeurd, hem verwijtende, dat hij oogluikend toestond, dat de ordebroeders hun scholen sloten,' doch straks als wereldlijke eenvoudig weer openden. De beteekenis van de Ministeries-Clemenceau en Briand ligt vooral op het gebied der koloniale en buitenlandsche staatkunde, waarover beneden zal

Sluiten