Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten van de eigenaardige positie van hun partij gebruik door op achterbaksche wijze allerlei eischen doorgevoerd te krijgen. Erzberger maakte zich tot woordvoerder van de ook in burgerlijke kringen sterke ontevredenheid tegen de koloniale politiek der regeering, welke zich vooral uitte in afkeer van den sedert 1904 slependen oorlog in ZuidWest-Afrika tegen de Herero-Kaffers onder Hendrik Witboy. In Mei 1906 werden zelfs de gelden, benoodigd voor den aanleg van den strategischen spoorweg Koeboeb-Keetmanshoop, door het Centrum, natuurlijk met behulp van de sociaal-democraten, afgestemd en weldra werd de oneenigheid met de regeering nog scherper door de benoeming van den zeer bekwamen joodschen Darmstadtschen financier Bernhard Dernburg tot onderstaatssecretaris van koloniën. Deze trad onmiddellijk zeer kras tegen de katholieken op, Roeren en Erzberger ervan beschuldigend door chantage en geknoei naar een onverantwoordelijke nevenregeering te streven. Dit optreden van de regeering bewees, dat men met de katholieken ging afrekenen en dat men gebruik ging maken van de ontstemming, die steeds feller uit het door en door protestantsche bewustzijn der Duitschers opwelde, dat de rijksregeering afhankelijk was van het „almachtige ultramontanisme"„ Inderdaad prepareerde Yon Bülow een grooten politieken „coup". Toen in December van hetzelfde jaar de katholieken, sociaal-democraten en Polen een meerderheid verkregen in den Rijksdag — achterna eigenlijk wel wat tot schrik van den Centrum-leider Yon Spahn zelf — op een motie, die de koloniale oorlogsbegrooting van 29 millioen mark met 9 millioen verminderde en de rest slechts toestond op de voorwaarde, dat de legersterkte in Afrika verminderd werd, ontbond hij de verteDe „Hotten- genwoordiging en gaf hij als verkiezingsparool der regeering uit: „lur totten-verkie- J£aiser und Reich! Gegen Rot und Schwarz". Het was dezelfde poliJanuari i907.tieke constellatie geworden als in 1893, echter met dit voor Von Bülow zeer gunstige verschil, dat de Polen zich met de tegenstemmers vereenigd hadden en de vrijzinnigen (waarvan de Vrijzinnige Vereeniging sedert lang geen verzet tegen de imperialistische en kolonialistische staatkunde meer had gevoerd en de Volkspartij ook onder den invloed van de steeds sterker wordende nationalistische tendenzen in de Duitsche bourgeoisie gekomen was) onder de voorstemmers waren. Zoo kon door de regeering de tegenstelling tot eene tusschen nationale en anti-nationale partijen worden opgeblazen. Zelfs het argument, dat de rechten van den Keizer, die als „Oberster Kriegsherr" uitsluitend de

Sluiten