Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een dadelijke verbeterings-mogelijkheid in den toestand van een minderheid der boeren, die er nog het best aan toe was en ze prikkelde de begeerigheid der menschen-van-het-particulier-initiatief. 22 November 1906 vaardigde Stolypin het voorstel alvast uit, op grond van § 87 als keizerlijke oekase, maar de goedkeuring erop van de Tweede Doema Tweede

knn hil in 1Q07 nr\r* nint Tl Li 1 • Doorn n nQH7Ï

„ 0 — ' Wiwva 11.i. U^lllCUW 111 I1UU1U-

zaaK samengesteld als de vorige. De K. D.-ten waren wel is waar geslonken van 180 tot 96, maar de socialisten, die nu met kracht aan de verkiezingen hadden deelgenomen, vooruitgegaan van 17 tot 69. Bovendien zaten er 37 socialistisch-revolutionnairen en 103 troedowiki in, dat waren dus 305 revolutionnairen tegen 209 oktobristen en leden van de rechterzijde. Vi eer benoemde de vertegenwoordiging een commissie van 94 leden om een agrarische wet voor te bereiden en weer nam deze het beginsel van onteigening aan. Bovendien toonde de vergadering zich vrijwel incapabel tot wetgevenden arbeid. De socialisteu sabotteerden die nagenoeg; ontzettende twisten hadden plaats tusschen de uiterste linkerzijde en de K. D.-ten, die een beetje gematigder geworden waren dan den vorigen keer door b.v. den eiscli van ministeriëele verantwoordelijkheid te laten vallen. Reeds in Juli provoceerde Stolypin weer een conflict. Hij eischte, dat de vergadering vrijwel de lieele socialistische fractie in staat van beschuldiging zou stellen wegens hoogverraad. Misschien speculeerde hij op de gebleken oneenigheid tusschen de ultra's en de gematigden en hoopte hij op een „rompparlement?" Maar de vergadering weigerde en toen ontbond hij haar. Nu kwam echter een keizerlijke oekase, weer volgens § 87, het kiesrecht beperkende. Beperking Had men bij de instelling van deze beruchte § het Oostenrijkschevan het ki6B_ voorbeeld gevolgd, nu genoot Pruisen de eer. Het „drieklassen-kies- r6°ht' recht" (zie Dl. I, 482) schijnt het geweest te zijn dat bij de opstelling van de kieswet, waarmee nu het Russische volk begiftigd werd,

tot model diende. Vooreerst werd het aantal afgevaardigden der randprovinciën belangrijk ingekrompen, zoo ging Polen van 37 tot 14 achteruit, Kaukasië van 29 tot 10, Siberië van 46 tot 15. De steden hielden gezamenlijk 19 zetels, terwijl ze er in de le Doema 36 hadden gehad.

ervolgens zouden op het platteland voortaan vrijwel alleen de grootgrondbezitters mogen stemmen en in de steden de bezitters van groote eigendommen evenveel stemmen hebben als de middenstand en de arbei¬

ders samen. Het resultaat was bevredigend, trouwens dat de Russen al dergelijke maatregelen slikten, bewees wel ten overvloede, dat reeds

Sluiten