Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang de revolutionnaire periode weer was afgesloten en dat de taktiek der K.D.-ten eigenlijk nog maar de beste was geweest: te beveiligen, Derde Doema wat men dan tenminste nog had. De Derde Doema telde maar 88 revolutionnairen onder haar leden! Ook onder het volk had de regeering van socialistische agitatie minder te vreezen: de mensjewiki en bolsjewiki konden het weer allerminst samen vinden en vormden vrijwel van elkaar onafhankelijke organisaties. De bolsjewiki zochten het in allerlei daden van terrorisme, de mensjewiki dachten., dat het eenige wat er in de gegeven omstandigheden gedaan kon worden was, de arbeiders in de vakbeweging en in coöperaties te organiseeren; sommigen van hen waren er zelfs maar voor, de politieke organisaties op te heffen. Wat echter de volgzaamheid der Derde Doema betreft, die is wel eens wat erg overdreven. Waar is, dat Stolypin nu de „volksvertegenwoordiging" mee kreeg voor zijn nationalistische politiek: versterking van het zoo deerlijk gehavende Rusland, wederopbouw van zijn vloot, herstel van de discipline in het leger, verbeteringen in de bureaucratie, uitbreiding van zijn spoorwegnet, ook met strategische bedoeling, ontwikkeling van zijn kapitalistische industrieën, voorloopig nog met vreemd geld, hervormingen op agrarisch gebied. (Op 27 Juli 19LO werd nu eindelijk ook de besproken agrarische wet door de Doema aangenomen. Reeds waren sedert November 1906 duizenden boeren uit de mir getreden. Een door de regeering reeds in 1882 ingestelde Boerenbank zou den grooten overgang van het grondbezit leiden.) Trouwens naarmate de revolutie de laatste jaren in kracht afnam, had 't nationalisme in kracht gewonnen. De oktobristen waren langzamerhand heelemaal nationaal-imperialistisch gaan voelen en ook in de K.D.-partij was de nationale gedachte veel aanhangers gaan tellen. Merkwaardig is b.v. dat de eenige wet, die door de Tweede Doema aangenomen is, een legerwet is geweest, die de aanzienlijke versterking van het Westfront beoogde. Zoo kan men volhouden, dat de „Russische Revolutie" van 1905 en volgende jaren een nieuwe en zeer acute vorm is geweest van den eeuwigen strijd in Rusland tusschen Westersche ideeën en nationalisme en dat het bewind van Stolypin in dien zin de voortzetting van dat van Pobyedonostsef geweest is. In 1910 werd Finland ingelijfd en in Maart 1911 kwam een wet op de invoering van de Zemstvo's in de westelijke provincies, die op kunstmatige wijze de meerderheid in die vergaderingen over Polen en andere niet-Russen aan de Russen bracht, terwijl Joden er zelfs heelemaal

Sluiten