Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minister van buitenlandsche zaken in het Kabinet-Von Beek, Baron VonAehren von Aehrenthal, ongetwijfeld een krachtiger persoonlijkheid dan zijn voorganger de oude Gulochowsky, vleide zich er mee met vuur te kunnen spelen zonder juist brand te hoeven veroorzaken. Vdór zijn ministerschap was hij gezant te Petersburg geweest en hij kende de momenteele zwakheid van Rusland door en door. En zoo zag hij de mogelijkheid van diplomatieke successen zonder er den bloedigen prijs van een oorlog voor te hoeven betalen. Toch hebben de internationale verhoudingen gewild, dat hij de sinistere bewerker geworden is van het tweede, weer gevaarlijker conflict tusschen Centralen en Entente,

ditmaal in haar compleetheid.

Reeds voor + 1900 is geconstateerd, dat in het Nabije Oosten het Engeland en Britsche rijk en Duitschland eikaars rivalen geworden waren (Dl. III Dl^ti908nd 502 vlg.), hoeveel te meer was zulks het geval acht jaar later,

nu immers in elk opzicht: economisch, politiek, maritiem, cultureel,

die beide mogendheden tegenover elkaar waren komen te staan. Wel is waar diene men deze dingen nimmer te simplistisch te beschouwen.

Zeker, in Duitschland waren het meer en meer nationalisme en imperialisme geweest, die den boventoon gekregen hadden, terwijl in Engeland de parlementaire democratie scheen gezegevierd te hebben, maar boven is er tevens de nadruk op gelegd, dat in Duitschland een demokratische onderstroom hoe langer hoe sterker werd. Ongetwijfeld, op handels- en industriëel gebied waren de tijden van Engelands monopolie onherroepelijk voorbij, maar dat was het gevolg geweest niet alleen van het verschijnen der Duitschers op de wereldmarkt, doch van de concurrentie in het algemeen van alle kapitalistische industrieën, die aanvankelijk door de Engelschen waren gemonteerd, doch nu reeds sedert jaren in staat waren op eigen beenen te staan. De waarheid is verder, dat in dien wedloop Engeland nog altijd overwinnaar was gebleven. Statistici, die zich volkomen bewust zijn van de ingewikkeldheid van het vraagstuk, wijzen er op, dat b.v. in de scheepvaart 'gedurende de periode 1901—1913 Duitschlands toename wel is waar veel grooter is geweest dan die van Engeland, maar dat des ondanks de aanwas alleen van de Engelsche handelsvloot gedurende diezelfde periode grooter geweest is dan de heele Duitsche handelsvloot in 1913 bedroeg. Van af het jaar 1902 begon trouwens voor beide landen een tijdperk van grooten economischen bloei,

na de langdurige economische depressie, die ook weer beide landen te

Sluiten