Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen Koning Edward en Keizer Frans Jozef volgde, de laatste ontmoeting tusschen een Oostenrijksch en Britsch staatshoofd, maar die toch wel op dat oogenblik bewees, dat het Britsche rijk zich in 1908 nog volstrekt niet eenzijdig vastgelegd had, wat de aangelegenheden van het Nabije Oosten aanging. Geen wonder ook, dat Rusland evenmin als de Donaumonarchie er gerust op was en dat in September wederom een ontmoeting plaats greep tusschen Iswolski en Aehrenthal, bij welke gelegenheid ook afspraken gemaakt zijn, en waarover later heel wat te doen geweest is. Er was een zwoele atmosfeer in Europa, de betrouwbaarheid van Engelands internationale politiek werd vrij algemeen gewantrouwd, gefluisterd werd er zelfs dat Edward YII met Nicolaas een geheel plan van verdeeling van het Osmaansche rijk klaargestoomd had, terwijl hij aan den anderen kant Oostenrijk zou hebben aangeraden den Driebond op te geven!

revolutie Z°U al dat £edoe VTeewd ziJn geweest aan de Turksche revolutie (1908). v*n Juli 1908? Tot nu toe had men zich in Europa vertrouwd gemaakt met het denkbeeld, dat de ideeën der Jong Turken, die intusschen niet van vandaag of gisteren dateerden (zie Dl. II 597), misschien wel heel verheven maar ook voor de zeer gecompliceerde en zeer bedorven toestanden in het Nabije Oosten heel onpractisch en utopistisch waren. En toch beleefde men 't plotseling, dat na een opstand van de Jong lurksche Comite"s te Monastir en Saloniki (23 en 24 Juli), die het herstel van de Grondwet van 1876 eischten, niet alleen vrijwel'de heele Osmaansche troepenmacht in Macedonië meedeed en zelfs Hilmi Pasja openlijk zijn sympathie uitsprak, maar zelfs de Aziatische regimenten weigerden in te grijpen en de Albaneezen instemden. Abdoel Hamid was politiek genoeg om in te zien, dat hij nu mee moest. Zijn oude raadslieden zond hij heen, evenals die heele bent van gunstelingen, derwisjen en sterrenwichelaars, die zoo karakteristiek geweest was in t oude Yildiz Kiosk. En toen volgde een van die openbaringen van den sterk geémotioneerden massa-geest in het Oosten, die het gewone indolente fatalisme zoo nu en dan afwisselen en die tegelijkertijd zoo eeht-gemeend en zoo bedriegelijk zijn: de Macedonische komitadsji's aalden af naar de vlakte, verbroederden met elkaar en met de Jong1 urksche officieren, optochten van Turken, Armeniërs, Grieken en Boelgaren trokken door de straten van Saloniki, Smvrna en Konstantinopel. Abdoel iïamid benoemde een „verantwoordelijk" ministerie onder den grootvizier Kiamil Pasja, wel is waar geen Jong Turk, maar toch een

Sluiten