Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMarokko-d° Intusschen was duidelijk de voornaamste beteekenis voor Frankrijk kwestie. van de overeenkomst van 1909 deze, dat ze de Republiek de vrije hand liet in Noord-Afrika. En het was geen wonder, dat in verband daarmee van het Fransch-Duitsche economisch condominium spoedig niet veel terecht bleek te komen. Reeds bij het opstellen van het verdrag had Jules Cambon er voor zorg gedragen de bepaling op te nemen, dat bij het vormen van consortia rekening zou worden gehouden met het feit, dat Frankrijks belangen in Marokko van meer gewicht waren dan die van Duitschland. In de praktijk werden langdurige onderhandelingen, zoowel over het gezamenlijk aanleggen van mijnen en spoorwegen als, op financiëel gebied, tot niets. De reeds eerder genoemde Gebroeders Mannesmann met hun fabelachtige aanspraken stelden zulke hooge eischen, dat zelfs de Duitsche regeering ze in den steek moest laten. In 1910 kwam een internationale „Marokkaansche Maatschappij van Openbare werken" tot stand. Duitschland had geëischt, dat Frankrijk en Duitschland er gelijkelijk deel aan zouden hebben, doch Frankrijk zette door, dat het zelf 50 % en Duitschland niet meer dan 30 % der aandeelen zou nemen. Tot functioneeren bracht echter ook deze maatschappij het niet. Aan den anderen kant echter gelukte het Frankrijk-alleen wel om in dat zelfde jaar Moelay Hafid, natuurlijk spoedig evenzeer in de klem als zijn voorganger, te krijgen tot de onderteekening van een leening van frcs. 80.000.000, waartegenover de Sjerif de Fransche oorlogskosten van frcs. 70.000.000 beloofde te betalen en als onderpand al zijn inkomsten onder controle van de Republiek stelde. Frankrijk bood wel is waar nogmaals aan om al het bezette gebied in Marokko te ontruimen, zoodra de orde verzekerd zou zijn, maar hoe zou daarop kans bestaan, nu Moelay Hafid juist hoe langer hoe meer het vertrouwen der Moorsche nationalisten verloor? Integendeel braken spoedig weer overal onlusten uit in het Sjerifijnsche rijk en toen kreeg Generaal Moinier bevel naar Fez op te rukken, „ten einde de Europeanen te beschermen". Deze bezetting gebeurde 21 Mei 1911. Wat zou Duitschland doen? Het wilde, evenals Oostenrijk, bij de dagelijks meer acuut wordende Oostersche kwestie van Marokko af, maar Frankrijk er zoo maar laten begaan, zich voor de zooveelste maal laten vergauwen bij de verdeeling der aarde, terwijl zijn zeemacht en z'n economische positie juist zoo geducht begonnen te worden, dat gedoogde zijn „waardigheid" aprong'naar n'e^" ^et 00'c bij deze gelegenheid weer zijn stem op zoo'n bizonder Agadir." brutale wijze heeft verheven: door zijn kanonneerboot „Panther" naar

Sluiten