Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HeBrUsohe°h" *r0^" n0Sa'» dat de nieuwe minister-president Joseph Caillaux,

Marokko- die in 1911 te Parijs aan het bewind gekomen was, zich er een

Congo-ver- voorstander van toonde om met Duitschland zooveel mogelijk tabula

drag van e j

4 Nov. 1011. rasa te maken. Later, tijdens den wereldoorlog, heeft men 't hem zelfs bitter verweten, dat hij zich met voorbijgaan van zijn minister van buitenlandsche zaken De Selves en van den frauschen gezant in Berlijn, Jules Cambon, rechtstreeks in verbinding heeft trachten te stellen met Von Kiderlen Wachter en Von Bethmann Hollweg om een oplossing te krijgen van alle hangende koloniale problemen tusschen Frankrijk en Duitschland: niet alleen Marokko en Congo, ook Turkije en de Fransche aandeelen in de Bagdadspoor. Indien deze voorstelling juist is — zij schijnt echter overdreven — zou in Lloyd George's waarschuwing van 21 Juli vooral ook de argwaan hebben kunnen klinken, dat Frankrijk en Duitschland wat al te intiem met elkaar zouden worden en dat Engeland er buiten zou komen te staan. Zoo groot was dat gevaar echter niet. De onderhandelingen te Berlijn waren lang en moeilijk. De Duitsche zaakgelastigde verklaarde onmiddellijk dat het niet te doen was om vasten voet in Marokko, wat echter aan Fransche zij nog niet zoo dadelijk werd geloofd. Engelsche schrijvers hielden later vol, dat het Lloyd George's woorden in Mansion-house zijn geweest, die Duitschland hebben doen inbinden. Maar voor 't minst is dit niet bewezen. Zeker is, dat Yon Kiderlen Wachter eerst zeer hoogp eischen stelde: bijna geheel Fransch-Congo wilde hij hebben van de zee af tot aan de Sangha, waartegen hij echter bereid was dat gedeelte van Kameroen, dat aan het Tsjad-meer grensde, zelfs Togo, af te staan. Een belangrijke overweging bij deze formuleering van de Duitsche eischen was ongetwijfeld, dat daarmee het Duitsche Middenafrikaansche gebied zou komen te grenzen aan den Belgischen Congostaat en aan Portugeesch Angola, op een spoedige verdeeling waarvan onder de koloniale groote mogendheden men naar 't schijnt vast rekende. Toen Frankrijk bleef weigeren, drong men aan op een breede strook gronds, die evenzeer Kameroen in contact zou brengen met de Congo en de Oebanghi en die Fransch Congoland en Opper-Oebanghi totaal van elkaar scheiden zou. Ook dat werd tenslotte niet precies zoo verkregen bij het verdrag van 4 November 1911, waarbij in hoofdzaak door Duitschland Frankrijks protectie over Marokko werd erkend en wat het Congo-gebied betreft, wel is waar het contact met de Congo en de Oebanghi verkregen werd, maar niet door middel van zoo'n breede

Sluiten