Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk was om den vrede te redden. Frankrijk, Duitschland en Engeland werkten in bijna volkomen eensgezindheid voortdurend samen, terwijl ook Rusland — eenigszins als een kip, die haar eendenjong te water ziet gaan — alles schijnt gedaan te hebben om een conflict te verhinderen, dat de regeering van dat land — nog! — allerminst welkom was. De Fransche minister-president Raymond Poincaré, die gedurende den zomer al te Petersburg geweest was en er van Sasonof het zonderling antwoord had gekregen, dat Rusland over de plannen van Boelgarije en z'n bondgenooten op dezelfde wijze in onzekerheid gelaten was als Frankrijk, wist nu de Europeesche staatslieden mee te krijgen voor het plan, dat de oude vrienden van Mürzsteg op den Balkan aan den eenen kant effectief decentraliseerende hervormingen door zouden zetten in Macedonië en aan den anderen kant de verbondenen in zouden peperen, dat welke de uitslag van een oorlog ook zou zijn, de status quo toch niet zou gewijzigd worden. Maar op 't oogenblik, dat dit dreigement in de hoofdsteden der Balkanlanden werd uitgesproken, was de Turksche tegenmobilisatie reeds begonnen (1 October), hadden de geallieerden reeds hun ultimatum (autonomie van Macedonië) tot de Porte gericht en werd te Cettinje door den ouden Nikita van Montenegro aan de gezanten geantwoord, dat hij tot zijn spijt juist anderhalf uur te voren den krijg begonnen was. Nog duurde het tien dagen voordat de anderen zijn voorbeeld volgden, maar toen kwamen de geweldige Boelgaarsche overwinningen van Kirk-kilisse (24 October) en Loele Boergas (29 en 30 October), tengevolge waarvan de Thracische legers der Osmanen terug moesten op de Tsjadaltsja-linie en hun Macedonische troepen afgesneden waren. Echter waren ook die toen reeds verslagen (28 October bij Koemanovo) door de Serviërs, die zich toen reeds samen met de Montenegrijnen van den Sandsjak Novibazar en Oeskoeb hadden meester gemaakt, weldra ook een gedeelte van Albanië o. a. Durazzo (November) bezetten. De Grieken hadden 't het gemakmakkelijkst, maar bleken toch ook na de catastrofe's van 1895 in de vechtkunst aanzienlijke vorderingen te hebben gemaakt, dank zij hun Fransche leermeesters. Op 10 November bezetten ze Saloniki, weldra

echter door een Boelgaarsch detachement op den voet gevolgd

Wat zou Oostenrijk doen? Op eenmaal was het vernederde Servië van 1908 uitgegroeid tot een blijkbaar niet te minachten tegenstander, die deel uitmaakte van eeu machtig Balkan-verbond, dat 800.000 man onder de wapenen vermocht te brengen en onder auspi-

42

Sluiten