Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Zuid-Duitschland. — Medewerking der letterkundige beweging. — Onrijpheid der toestanden. — Invloed der liberale beweging. — Invloed en opkomst van nijverheid en handel. — De Duitsche spoorwegen en hun beteekeuis. — Invloed der economische veranderingen op de staatkundige toestanden. — Illusiëu van liberalen en radicalen. — Strijd der regeeringen met de katholieke kerk. — Liberalisme in de protestantsche kerken. — De vereenigde landdag in Pruisen. — Voorteekenen der Duitsche revolutie. — De Sleeswijk-Holsteinsche quaestie. — Oostenrijk. Verval van het conservatieve stelsel. — Samenstelling der Oostenrijksche monarchie. — Geringe economische ontwikkeling. — Hongarije en de Slavische landen. — De Tschechische beweging. — De Slavische beweging. — Het Panslavisme. — Onoplosbaarheid van het nationaliteitsvraagstuk. — Italië. De restauratie van 1814/5 en haar gevolgen. — Ontstaan van het nationaliteitsgevoel. — Mislukking der eerste revolutionnaire beweging. — Sardinië. — Karei Albert. — Lombardije en Venetië. ■— De hertogdommen. — Toscane. — De Kerkelijke Staat. — Napels en Sicilië. — Beweging tegen Oostenrijk. — Zwitserland. De Sonderbund-oorlog. — België. — Nederland.

DERDE HOOFDSTUK.

HET BUITSCHE ItlJK.

Groot- Brittannië's zelfstandigheid. — Ontwikkeling tot aan de negentiende eeuw. — Beteekenis in de eerste helft der eeuw. — Opkomst der moderne nijverheid en gevolgen daarvan. — Verspreiding der Engelsclien over de wereld. — Ontwikkeling van het verkeer. — Veranderingon op politiek en maatschappelijk gebied. — Invloed der nieuwe toestanden op het volkskarakter. — Toenemende ontwikkeling der koloniën. — Britsch-Indië. Zijn beteekenis voor het Britsche rijk. — Engeland en de overige wereld.

VIERDE HOOFDSTUK.

DE OOST-EUROPEBSCHE STATEN EN HUN GEBIED BUITEN EUROPA.

Begrip en karakter van Oost-Europa. — Rusland. Economische toestanden. — Verhouding van volk en staat. — Staatkundige toestanden. — Invloed van Rusland op Azië. — Aziatisch Rusland. — Gebrekkige gemeenschapsmiddelen en gevolgen daarvan. — Wanverhouding tus-

Sluiten